Recensies Joy Enjoy Joy

Joy Enjoy Joy is een dubbelzinnige ode aan de levenslust, met een scherp randje

Acht dansers verbeelden de onrust van het alsmaar door willen feesten, de paradox van het dwangmatige genieten.

Kostuums in de kleuren van de regenboog, zo vrolijk hebben we het lang niet gezien bij choreograaf Ann Van den Broek. De afgelopen jaren dook ze met een indringend drieluik, een film en een installatie diep in de ontreddering en wanhoop die opspelen bij dementie en alzheimer. Zwart, in contrast met klinisch wit, voerde de boventoon. Nu tapt de Vlaamse uit een ander vaatje.

In Joy Enjoy Joy viert Van den Broek de flow van het leven. Het toneelbeeld met helwit verlichte vitrines en behandeltafels ademt weliswaar nog steeds de setting van een koelbloedig onderzoek, maar de discobal, de glinsterende hakken en de fel gestifte lippen zorgen voor een vrolijke schittering. Acht dansers gaan volop aan de zwier met de verrijdbare tafels, al voel je onderhuids ook een rusteloosheid van het alsmaar door willen feesten. Niet voor niets horen we Tom Barman, frontman van de Belgische band dEUS, bij aanvang meermaals op band herhalen dat je mensen die altijd opgewekt zijn moet wantrouwen. Joy Enjoy Joy klinkt dan ook als de paradox van dwangmatig genieten. Juist die dubbelheid verschaft deze ode aan de levenslust een scherp randje.

De dansers paraderen ondertussen nagelbijtend, stampvoetend en schouder beukend in rondjes, met een steeds hogere snelheid. Als in een estafette geven ze een handcamera aan elkaar door. Ze filmen zichzelf met getuite lippen. ‘Joy’ is het woord dat al gesticulerend van mond tot mond gaat. In close-ups op een videoscherm zien we gezichten die zich verkneukelen. Van den Broek weet ondertussen precies hoe ze moet schakelen van beeld naar vloer, van een majeurakkoord naar een huppende mars. Stapsgewijs bouwt ze aan een ritmisch gecontroleerde vitaliteit, pompend rond de vraag: blijft energie eeuwig bruisen of stuit die ergens op een mineur?

Annette Embrechts, de Volkskrant 23 februari 2022


Ann Van den Broeks ode aan de vreugde is beheerst en daardoor ongekend spannend

Na een reeks  intense en duistere voorstellingen over verlies en dementie richt Ann Van den Broek haar blik in Joy Enjoy Joy op een compleet andere emotie. Haar ode aan de vreugde mag bruisen en sprankelen. De strenge Vlaamse choreografe zorgt er wel voor niet door te slaan naar plat positivisme.

Kleur en beweging. Die elementen springen het meest in het oog bij het kijken naar Joy Enjoy Joy. De acht dansers dragen broeken, shirts, jurkjes, rokken en overhemden in alle tinten uit de snoepwinkel. Voor het glittereffect is er een discobol. Alles is voortdurend in beweging. Niet alleen de dansers, maar ook de doorzichtige flightcases waarin fleurige uitdossingen en feestelijke schoenen zijn uitgestald. Al net zo mobiel is de massagetafel, waar een aan de onderzijde gemonteerde camera uitzicht biedt op het verrukte gezicht van de gemasseerde.

Die close-ups zien we dan weer geprojecteerd op het achterdoek. Net als de vele andere opnames van dansersgezichten, met her en der op het podium geplaatste camera’s. Die vermenging van live dans en instant registratie is sinds The Black Piece (2014) steeds verder geperfectioneerd door Van den Broek en video- en lichtontwerper Bernie van Velzen.

De puls van het leven
Intrigerend is bijvoorbeeld het lange trackingshot dat de dansers creëren tijdens een van de weinige rustpuntjes in de voorstelling. De flightcases zijn opgesteld als een treintje. De performers liggen daar bovenop en geven de camera aan elkaar door. Het lange shot toont hoe ze – strak playbackend – meezingen met de eindeloos herhaalde titel. Terwijl het cameraoog nonchalant langs de lijven van de dansers glijdt, krijgen we een steelse blik op de inhoud van de vitrines. Je ziet het allemaal live gebeuren. Toch wordt je oog steeds weer getrokken naar het geprojecteerde beeld.

In Joy Enjoy Joy staat alles en iedereen draadloos in verbinding met de puls van het leven. En dat mag bruisen en sprankelen. Maar dan wel binnen het redelijke. In de aan dementie en verlies gewijde Memory Loss Collection (2018-2020) stapten Van den Broek en haar dansers vol overgave het zwarte gat in. De kijker werd rücksichtsloos meegesleurd.

Briesend paard
Net zo onvoorwaardelijk de vreugde omarmen? Dat zit er bij deze makers niet in. Herhaaldelijk horen we op de geluidsband Tom Barman – de frontman van dEUS, die meewerkte aan het vooronderzoek voor de voorstelling – verzuchten dat je mensen die altijd blij zijn ten diepste moet wantrouwen.

Af en toe springen dansers toch uit de band, zoals Frauke Mariën in haar geëxalteerde versie van Donna Summers discoklassieker I Feel Love. De meeste indruk maken de stukken waarin de levenslust juist is ingekaderd in die specifieke bewegingstaal van Van den Broek: een bovenlijf dat naar achteren helt, om vervolgens met een bruuske zwaai naar voren te stampen. Als een briesend paard, dat in toom moet worden gehouden.

Fritz de Jong, Het Parool 21 maart 2022


Geniet genot genoten: kreperen van de lach in Joy Enjoy Joy

In Joy Enjoy Joy, haar nieuwste voorstelling, bestudeert en fileert choreografe Ann Van den Broek plezier en genot als een psychoanalyse in beweging. dEUS frontman, rockstar en cineast Tom Barman leverde daarvoor het bronmateriaal. Het gaat dan om zijn houding, pasjes, en gebaren bij optredens, maar ook om uitspraken als  ‘Trying to be louder than death’. Eros, met de koude onderstroom van Thanatos. 

Voor het creatieproces van Joy Enjoy Joy onderzocht Ann Van den Broek met haar dansers minutieus de houding, de pasjes en de gebaren van Tom Barman, de performer. De handen bij de oren; hoe hij de schouderband van de gitaar achterwaarts schudt; een omhoog gestrekte arm; een sprong met de voeten dicht bij elkaar; een hoofd dat opzij tilt; één-twee-drie vingers die tellen: ze brachten het allemaal in kaart. Tijdens de onderzoeksfase van de choreografie spraken Van den Broek en Barman ook over wat  joy voor hen beiden betekende en uit welke bron die voortspruit. De ‘conversation fragments’ die daar uit voortgekomen zijn worden door de hele voorstelling heen op allerlei manieren gebruikt.

Dit basisvocabulaire keerden de performers binnenste buiten om het vervolgens helemaal uit te putten. Vooral Frauke Mariën gaat helemaal op in haar intense vertolking van de bewegingen van Barman. Haar hele hebben en houden zet ze daarbij in. Die mateloze precisie transformeert haar compleet. Niet dat ze Barman wordt, gelukkig, maar wel een duidelijk mannelijker versie van zichzelf. Zelfverzekerdheid en zelfingenomenheid nemen haar houding en gezichtsuitdrukking over. Zij maakt het verschil tussen imiteren of belichamen meteen duidelijk.

“Trying to be louder than death” zegt de stem van Barman. Doodsdrift is levensdrift.  De vleselijkheid die je daarbij verwacht blijft echter uit in deze voorstelling.In plaats daarvan is er een soort drift of beat die dwingt tot doorgaan zonder stoppen. Een onderliggende nerveuze rationele agenda bepaalt dit stuk en dwingt de dansers steeds richting de volgende afspraak: microfoon hier, kledingstuk opvouwen en wegleggen daar, camera doorgeven, flightcase wegrollen.

Dit neurotisch raster van afspraken, tellen, cues en taken geeft de dansers geen ruimte om zich zelf te verliezen, maar ontneemt mij als kijker ook de kans om ontspannen achterover te leunen. De momenten dat de performers wèl helemaal los gaan, gaat hun plezier onverbiddelijk over in iets anders.

In één van de sterkste scènes uit het stuk raakt danseres Isaiah Selleslaghs me als haar schaterlach overtuigend overgaat in hysterische angst en weer terug. Ze neemt me mee in een uit de hand gelopen kermis attractie of thrill ride met namen als ‘Sky Screamer’ of ‘Drop of Doom’. Mensen betalen daar voor de kick van de angst. Ze mogen lekker gillen tot de bel klinkt en de veiligheidsbeugels weer omhoog mogen. Net echt, maar toch net niet. Op de kermis is dat maar goed ook. Maar in deze voorstelling bezorgt de onechtheid mij na verloop van tijd een leeg gevoel.

Die kicks, momenten van kunstmatige opwinding of synthetisch plezier, zijn de basisformule van deze voorstelling. Het is allemaal net echt maar toch niet echt. Op enkele scènes na dan. Als Isaiah Selleslaghs op de massagetafel ligt laat ze me voelen dat er een échte afgrond is waar je zonder veiligheidsbeugels in te pletter kan vallen. Een andere sterke scene citeert ‘I feel love’ van disco queen Donna Summer: ‘Ooh it’s so good, it’s so good, it’s so good, it’s so good it’s só good’. Frauke Mariën danst en zingt daarop alsof ze minstens één lachgas ballon genoten heeft  – tot ze er ademloos bij neervalt.

Het eind van het stuk verloopt als het eind van een popconcert. Terwijl de acht performers één voor één naar voor lopen als over een catwalk, wordt het publiek aangespoord om mee te klappen op hun ritme. De dansers komen tot bij vlak voor het voetlicht, waar ze quasi contact met ons, het publiek, maken. Ze werpen ons kushandjes toe, maken oogcontact of wijzen iemand aan als om te zeggen ‘ik zie je!’. Maar dan draaien de dansers zich toch om, als een artiest voor een uitzinnig publiek dat smeekt om een toegift, en lopen ze weg.

Ik voelde me betrapt omdat ik aan het meeklappen was – en stopte. Meeklappen vind ik altijd lastig, ik voel me dan vaak een beetje ‘awkward’ om het hip te zeggen. Nu dus ook, vooral toen ik me realiseerde dat het gewoon een goed geregisseerd applaus was. Zo goed, dat het werkte. Althans: de vorm werkte, maar de vonk sloeg niet over.

Die vonk sprong wel over net vóór deze eindscène. De performers proberen te blijven springen, steeds hoger, terwijl ze elkaar aanmoedigen, energie geven, lachend, nog even, iedereen bijna uitgeput maar komaan, sprìngen mensen! Het puur-natuur, niet synthetische plezier van performen. Ondanks, of misschien juist door de vermoeidheid heen proef je daar de lust, de overlevingskracht. Eros -Thanatos: één – nul.

Maar doorgaans is Joy Enjoy Joy geen soort van dansen op een vulkaan. Daarvoor is de onderstroom van de voorstelling te nerveus en koud. Volgens choreografe Ann Van den Broek is de voorstelling ‘minder heavy’ dan anders. Maar die ‘lichtheid’ blijkt slechts eenspiegelend glitter randje rond een donkere en zware kern. De eerst stemmige en daarna uitbundig kleurige kostuums van de dansers zijn als verleidelijke snoepjes in een klinisch decor. Het toneel lijkt een koude witte conceptstore annex club, compleet met disco bal en zilveren party schoentjes. Omgebouwde flightcases worden tafels op wielen. Met hun glazen deksel lijken ze op de doodskist van sneeuwwitje. Als massagetafel, met een uitsparing voor het gezicht, wordt de uitwerking van de massages een mix van genot en pijn.

“Joy comes after something” horen we Tom Barman zeggen op z’n Vlaams-Engels. Veel diepgang kon ik niet bespeuren in de teksten die door de hele voorstelling heen gevlochten zijn. Misschien was dat net de bedoeling. Om het synthetische te benadrukken? Of om te wijzen naar de bekende weg, de spanning tussen de verleiding van genot en de leegte die onvermijdelijk volgt. Zoals de stilte na het applaus en meer aan kitsch rakende beeldspraak.

Afzien, genieten, dansen tot je er bij neervalt. Zoals de performers die we letterlijk zien kreperen van de lach in een knappe – typische Ann Van den Broek – slowmotion scène. Een collectieve lachbui die overgaat in lijden. Met wijd opengesperde ogen happen de dansers naar lucht, met gezichten die veranderen in macabere maskers terwijl ze tot het bittere einde samen blijven bewegen, samen blijven ademen.

‘Op weg naar troost en geborgenheid voor een altijd rusteloze ziel’ lees ik in de voorstellingsbrochure van WArd/waRD. Een hoopvol eind van deze joyride, of toch een Drop of Doom? Voor het antwoord op die vraag moet je deze rit zelf ervaren.

Marina Kaptijn, PZAZZ.theater 8 maart 2022

Recensies Joy Enjoy Joy
« Terug