Loops (volledige tekst)

Het refrein van het nummer A Part of Us All, van Dez Mona, loopt als een lus door Ann Van den Broeks Creating Joy. Het komt steeds terug, als een loop, zoals het nummer zelf eigenlijk ook een loop is.

De vorm van het lied is eenvoudig, effectief en flexibel. De teksten zijn een reeks coupletten waarbij de eerste regel elke keer anders is en de tweede steeds hetzelfde. De melodie gaat omhoog in de eerste regel en komt terug in de tweede – een klassieke vorm van beurtzang. Elk couplet is dus als een kleine loop, die een nieuwe gedachtegang uitzendt voordat hij terugkeert naar de thuisbasis. Dit zijn bijvoorbeeld de eerste twee coupletten:

Wanneer de schemering de dag beëindigt en de maan het licht grijpt
Dit zijn tijden om te koesteren en dingen om voor te leven.

Als we boven de wolken uitstijgen en ik haar liefdevolle glimlach voel
Dit zijn tijden om te koesteren en dingen om voor te leven.

De vorm is als hechtingen in de tijd, een naald die de draad van een idee uittrekt en deze vervolgens door dezelfde stof terugvoert terwijl het zijn lyrische borduurwerk opbouwt. Of misschien is het de spiraalbinding van een notitieboekje, de draad die een lusvormige rug vormt die verschillende pagina’s bij elkaar houdt. Elke pagina en elke steek is uniek, maar tevens een bevestiging van hetzelfde patroon.

Deze afwisseling, van iets nieuws met iets dat steeds hetzelfde blijft, is wat een patroon eigenlijk is – een soort regelmaat binnen de variëteit van de wereld.

In Creating Joy vormt het nummer A Part of Us All de ruggengraat die de afzonderlijke scènes van de uitvoering met elkaar verbindt. De eerste keer dat we het horen, wordt het refrein – tijden om te koesteren, dingen om voor te leven – in een recorder gefluisterd, en die speelt het af zodat het niet alleen het motief wordt dat door het lied weerklinkt, maar ook de basis van waaruit het ontstaat. De tweede versie maakt weer gebruik van een opgenomen loop, dit keer zonder stem en met een harp in plaats van een gitaar. De derde versie is wéér anders, maar herkenbaar hetzelfde patroon. Het is ook alleen instrumentaal, maar de woorden van de tweede regel van het lied – tijden om te koesteren, dingen om voor te leven – spoken door de tokkelende snaren alsof ze deel uitmaken van het innerlijke leven van de muziek.

Het is een hypnotiserende tactiek, een kader waaruit woorden, melodieën en stemmen kunnen vertrekken omdat de basis veilig is: er is altijd een thuis om naar terug te keren. Misschien is dat de reden waarom boeken voor heel jonge kinderen vaak een dergelijk luspatroon hebben, misschien is het juist deze afwisseling van avontuur en veiligheid, het vreemde en het bekende, die kinderen zo mooi vinden. Ze kunnen in hun verbeelding op pad gaan, wetend dat ze uiteindelijk weer veilig thuiskomen.

Met de volgende versie van het nummer is dat echter anders. Het vertolkt alleen de eerste regel van het couplet, niet het terugkerende refrein. Er is geen actie-respons in de muziek, geen vertrek en terugkeer, alleen een pulserende monotoon die nergens begint en nergens heen gaat. Deze puls gaat door, bodemloos en routeloos, zowel aanhoudend als doelloos. Het nummer eindigt met een gedempte echo van het refrein waarbij Frateur alleen de downbeats intoneert: tijd… dingen… tijd… dingen… Dit is geen terugkeer naar huis, maar de verschijning van zijn geest die ons komt achtervolgen met de wetenschap dat we kunnen ronddwalen en onze oriëntatie verliezen, omdat tijd en dingen hun tol eisen.

Voor mij vormt dit een keerpunt in de voorstelling, het donkere hart ervan. Ook de lichten zijn gedimd, de dansers hebben hun haar losgemaakt; ze rapen verschillende schoenen op en gooien ze weg alsof ze nieuwe wegen overwegen – en toch keren ze zich ter plekke om zonder daadwerkelijk ergens heen te gaan. Het is het moment, zo lijkt het, dat het werk volwassen wordt: vanaf nu lijkt vreugde evenzeer in de herinnering als in het heden te leven, en de terugkeer van het refrein (tijden om te koesteren en dingen om voor te leven) is niet alleen plezierig, maar zelfs een troost.

Loops verschijnen niet alleen in de muziek, maar ook in de choreografie. Vaak voeren de dansers geen frases of sequenties uit, maar herhalen ze korte fragmenten van handelingen, stapsgewijs herhaald met variaties: looppatronen met verschillende accenten bijvoorbeeld, of het tokkelen op een luchtgitaar.

Als je goed om je heen kijkt, begin je overal loops te zien. In muziek wordt het woord loop vaak gekoppeld aan een elektro-akoestische compositie, het afspelen van een korte opname; maar het patroon zelf is veel wijder verspreid. Je hoort het in de achtergrondzang van het gospelkoor, of in de riffs en licks van jazz, rock en pop, van de motorische baseline van Donna Summer’s I Feel Love tot de pittige lick van Herbie Hancock’s Watermelon Man. Ook hoor je het terug in het ostinato van klassieke muziek, of je nu rustig door Pachelbels Canon dwaalt of onwankelbaar door Ravels Bolero marcheert.

Loops laten zich gelden in de structuren van zang en poëzie, patronen van visuele decoratie, de ritmes van architectuur; maar je vindt ze ook in de psychologie. Het is de mentaliteit van de verzamelaar, die verschillende versies van postzegels, of auto’s of schoenen verzamelt. Het is de dwangmatige obsessie van fans, in het herhaaldelijk najagen van hun idolen. Het zijn zelfs die kleine trigger-sequenties van actie en reactie die onze denk- en gedragsgewoonten vormen.

Waar vind je eigenlijk géén loops? In klassieke verhalen, de nadruk op volgorde, ontwikkeling, vertrek en bestemming, zijn ze minder aanwezig. Deze beginnen ergens en gaan dan ergens heen, terwijl de loop maar blijft terugkomen, keer op keer.

Loops zijn fragmenten van betekenis die niet eens een hele zin vormen, laat staan een verhaal. Toch zijn het diepgaande en overvloedige patronen die zoveel kunnen doen: verrassen, verrukken, beperken, irriteren, bevelen, troosten en zelfs vreugde scheppen. Het feit dat je ze in verhalen voor jonge kinderen vindt, maakt ze niet kinderachtig, maar juist kernachtig: A Part of Us All.

Work/world (inhoud)

  • Heel thyself
  • Bittersweet
  • Joy of the hip
  • Loops (volledige tekst)
  • Adulterated joy
  • I, human
  • True colours
  • Airness

  • Terug naar overzicht
  • Work/world is een bundel met acht essays van Sanjoy Roy die een uniek perspectief bieden op het Joy tweeluik van Ann Van den Broek.