Airness (volledige tekst)

Een jumping jack. Een woeste knik van het hoofd. Handen en vingers die fladderbewegingen maken. In zowel Creating Joy als Joy Enjoy Joy van Ann Van den Broek kun je tegen het einde de dansers springende, stuiterende en krampachtige bewegingen zien maken met een duidelijk vleugje… luchtgitaar.

Wat is dat, luchtgitaar? Nou, je kent het wel. Tieners doen het in hun slaapkamer als ze worden opgezweept door een gitaarsolo van hun favoriete heavy metal-nummer. Joe Cocker doet het tijdens A Little Help From My Friends op Woodstock in ‘67: zijn band is in vol ornaat, maar zelf heeft hij geen gitaar in zijn handen; toch trillen en spartelen zijn armen alsof hij het afwezige instrument écht kan voelen. Keanu Reeves en Alex Winter doen het in de film Bill en Ted’s Excellent Adventure, als een soort variant op de high-five of de ‘fist-bump’. Luchtgitaar is een krachtige, energieke reactie die je tot in je onderbuik voelt, niet alleen op een bepaald soort muziek (zoals rockmuziek in verschillende subgenres zoals metal, glam en punk) maar ook op het instrument in kwestie, de gitaar.

Dat betekent dat elke uitvoering paradoxaal genoeg draait om wat eraan ontbreekt. Het is de voornaamste regel van het Wereldkampioenschap Luchtgitaar: gitaren zijn niet toegestaan. Bij afwezigheid van een zogenaamde ‘daar-gitaar’, verschuift de focus van het instrument naar het lichaam. Belangrijk zijn de slips en slides, stoten, knielen en sprongen. Ook het gezicht en de mimiek spelen een belangrijke rol, uitdrukkingen van extase, pijn en vreugde. Maar deze overdaad aan beweging en expressie onderstreept vooral dat het feitelijk dient om de gitaarvormige leegte te verdoezelen.

De luchtgitaar wijkt daarmee af van karaoke, waarbij de stem van de artiest die van de originele zanger vervangt. Hier heb je geen vervangende gitaar, geen speciaal gemanipuleerde achtergrondtrack waarmee de artiest de stiltes kan vullen. Het is ook wat anders dan playbacken, waarbij de artiest de illusie creëert dat hij het is die zingt. Luchtgitaristen hebben dat foefje niet nodig. Ze houden de muziek stevig in de greep, maar niet letterlijk: ze zijn veel meer bezig met het kanaliseren en performen van hun fysieke en emotionele reacties erop. Luchtgitaar is geen maskerade van de muziek, maar eerder een staaltje van lef, ‘het berijden van de muzikale tijger’ zou je kunnen zeggen.

Tijdens het Wereldkampioenschap Luchtgitaar wordt de vaardigheid om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven, beoordeeld als ‘technische verdienste’. De uitvoering moet verbonden blijven met het muzikale sjabloon. De gedetailleerde gitaarbewegingen, zoals licks, runs, plectrums, tokkelen, slides en thrashes, moeten zo geloofwaardig mogelijk worden uitgevoerd, anders sta je maar wat in het rond te zwaaien.

Maar zoals een rodeorijder één hand aan de teugels houdt en tegelijk met zijn hoed zwaait, zo moet de luchtgitarist niet alleen de melodie bespelen, maar ook het publiek. Het is tenslotte een show, en deelnemers worden ook beoordeeld op hun podiumprésence. Verkleed als helden, geeks, rebellen, ver¬schoppelingen en gewone stervelingen, stormen ze het podium op met namen als Airistotle, Shreddy Mercury en het Rockness Monster. Ze voeren miniatuurdrama’s op die in wezen gaan over het ontketenen van het beest in jezelf: gek worden, bezeten zijn, het gevoel dat je van een vlinder muteert in een afschrikwekkende vleermuis. Ze gebruiken daarbij alle theatrale trucs die voorhanden zijn: gewaagde plotwendingen, komische timing, punchlines waarbij de vuist letterlijk in de lucht slaat. En natuurlijk de vingers die op kruishoogte tekeergaan, handen die denkbeeldige ron¬dingen strelen of suggestief op en neer glijden, allemaal schaamteloos geseksualiseerde tactieken die, in combinatie met levendige gebaren van opgetogenheid en overgave, tot doel hebben de sweet spot van het publiek te stimuleren. Kunnen we het zien, kunnen we het voelen? Dát is podiumprésence.

Maar er is nóg een beoordelingscriterium. Merkwaardig genoeg is vrijwel iedereen het erover eens dat dit criterium het allerbelangrijkst is, maar toch kan niemand er een exacte definitie van geven. Het wordt ‘Airness’ genoemd. Tweevoudig wereld¬kampioen Zac ‘The Magnet’ Munro filosofeert als volgt: ‘Nietzsche zei iets in de trant van: als je iets definieert, verliest het een bepaalde zeggingskracht … Als je Airness probeert te definiëren, dan gaat dat ten koste van de diepte ervan.’ Op een meer nuchtere toon voegt hij eraan toe: ‘Feitelijk is het de x-factor – je weet het pas als je het ziet.’

Misschien is het Dan Crane, ook bekend als Björn Türoque, auteur van To Air Is Human (en een van de hoofdpersonen in de documentaire Air Guitar Nation) die het dichtst bij een zinnige definitie komt: Airness, zegt hij, is wanneer luchtgitaar zijn oorsprong overstijgt en een kunstvorm wordt. Niet langer afhankelijk van zijn bron is het een opzichzelfstaand schepsel geworden – een kunstwerk.

Misschien is Airness gewoon een ander woord voor esthetiek – de kunstzinnige eigenschap die je niet echt kunt aanraken, maar die wel degelijk aanwezig is in de ‘sfeer’ van een kunstwerk. Het is absoluut iets waar juryleden naar op zoek zijn, waar artiesten naar streven en waar het publiek op reageert. Airness zorgt ervoor dat luchtgitaar niet alleen maar een trucje of een showtje is, maar – om een van de gangbare slogans te gebruiken – ‘het beste dat je nog nooit hebt gezien’.

Wat dit alles zo bijzonder maakt, is dat het draait om iets dat áfwezig is, een leegte, en dat het mensen toch in extase en verrukking kan brengen. Er is niets dat ertoe doet, of wel? In de kunst, én in luchtgitaar, is dat echt zo. Dat is een vreemde, raadselachtige gedachte, maar best mooi, en ook een beetje vreugdevol.

Work/world (inhoud)

  • Heel thyself
  • Bittersweet
  • Joy of the hip
  • Loops
  • Adulterated joy
  • I, human
  • True colours
  • Airness (volledige tekst)

  • Terug naar overzicht
  • Work/world is een bundel met acht essays van Sanjoy Roy die een uniek perspectief bieden op het Joy tweeluik van Ann Van den Broek.