de Volkskrant over Accusations
Knack Focus over Accusations
Theaterkrant over Pushing The Wheel
Het Parool over Q61 Cemetery
Scenes over The Black Piece
NRC Handelsblad over The Black Piece
de Volkskrant over The Black Piece
Theaterjournaal over The Black Piece
Het Parool over The Black Piece
Trouw over The Black Piece
Theaterkrant over The Black Piece
Psychology Tomorrow Magazine over het werk Ann Van Den Broek
Het Parool over The Red Piece
Trouw over The Red Piece
de Volkskrant over The Red Piece
Theaterkrant over The Red Piece
Theaterkrant over Domestica
Het Parool over Domestica
Vrij Nederland over LIstEn & See
de Volkskrant over LIstEn & See
De Gelderlander over LIstEn & See
NRC Handelsblad over Q61
Trouw over Ohm
NRC Handelsblad over We Solo Men
de Volkskrant over I SOLO MENT
Het Financieele Dagblad over Co(te)lette
de Volkskrant over Co(te)lette
De pers over E19 (richting San José)
De pers over FF+Rew 60:00
La Tribune Le Progrés over FF+Rew 60:00
NRC Handelsblad over Rest Room
De pers over Quartet with One
De pers over FF+Rew
De pers over Annexe
 
Accusations (****)
Een bijzondere, hybride productie, ergens tussen rouwstoet, installatie, modeshow, popconcert en monoloog in. Maar het bezwerende effect van de originele tekst ontbreekt en leidt soms tot pathetische poëzie.

'I failed.' Daarmee begint choreograaf Ann Van den Broek, meervoudig prijswinnaar in de dans, Accusations. In sober zwart staat ze op een klein, met lampjes omzoomd plateau voor opaan het podium. Ze faalde naar eigen zeggen in van alles en nog wat. Het lukte haar onder meer niet om te stoppen. Met wat, dat mag je zelf invullen.
Gestopt met experimenteren is ze in elk geval niet. Accusations is een bijzondere, hybride productie, ergens tussen rouwstoet, installatie, modeshow, popconcert, monoloog en choreografie in. Dat Van den Broek zowel onderwerp als regisseur is, zindert door alles heen. Ze heeft de voorstelling met haar monoloog 'aangezet' en bepaalt het einde. Vanaf de zijlijn, naast componist Nicolas Rombouts, kijkt ze aandachtig hoe haar performers presteren.

Die performers, gefocust en in creaties van modeontwerper Veronique Branquinho, moeten het lang doen met dat plateautje. Als in een loop stappen ze er om beurten op. Eerst langzaam op een elektronische dreun, doorsneden met het galmende geklik van hun zolen. Maar geleidelijk stapelen beweging, geluid en beeld zich op en gaat de beer los en wordt het ruig en rock.

Dat verloop is fascinerend. Gebaren groeien uit tot een zwierige modellenpas, een gezamenlijk headbangen, een verovering van de ruimte. Adem wordt zuchten, wordt spreken, in de microfoon. Met pedalen manipuleren de dansers het geluid en via een camera bij de grond tonen ze hun emoties groots in close-up. Hoge hakken en legerkistjes gaan uit, hoe meer beat, hoe meer adrenaline en bloot.

Rode draad zijn de woorden. Geleend uit Peter Handkes spreekstuk Zelfbeschuldiging, maar vooral geschreven door de choreograaf zelf, samen met zanger Gregory Frateur. Met de titelsong Accusations brengt hij de club tot een hoogtepunt, maar het bezwerende effect van de originele tekst ontbreekt. Dat leidt soms tot pathetische poëzie. 'I wish I could not care.' Helaas, dat lukt net niet.
Mirjam van der Linden, de Volkskrant, 28 februari 2017

Terug naar boven


Accusations dropt je in het donker hol der onzekerheid, faalangst en zelfkritiek
'Houd nu toch gewoon op', smeekte de toeschouwer voor ons luidop, terwijl ze al driekwart van de voorstelling met de handen tegen de oren zat. De toeschouwer naast ons daarentegen was zo geïntrigeerd dat ze geen seconde bewoog. Ziedaar, de uiteenlopende reacties die Ann Van den Broeks nieuwste dansvoorstelling uitlokt.

Choreograaf / danseres Ann Van den Broek baseerde zich voor Accusations op Peter Handkes Selbstbezichtigung (1982) en zette zich samen met Gregory Frateur – met wie ze al geregeld samenwerkte – aan de schrijftafel. De tekst die ontstond is een repetitieve en ritmische 'toespraak' van een getroebleerde persoonlijkheid die zichzelf tracht te analyseren. Waar? Op een kale, pikdonkere scène. Centraal, en dicht bij het publiek, staat een microfoon. Aan weerszijden van die microfoon staat een kleine camera. Die 'spreekplek' wordt omzoomd door een witte lichtjes.

De zeven dansers (inclusief Frateur) lopen naar en van de microfoon weg alsof ze op een catwalk lopen. Soms zeggen ze iets, soms maken ze een grimas of een beweging. Gestuwd worden ze door de live muziek van Nicolas Rombouts. (Jaja, in een vorig artiestenleven vormden hij samen met Frateur Dez Mona.) Rombouts varieert met een diepe beat. Net een hartslag.
De hartslag van Ann Van den Broek, misschien? Want zij opent en sluit de performance. Op die manier lijkt ze duidelijk te maken dat deze voorstelling een zelfportret is en de dansers als het ware haar demonen belichamen. Maar, zo vernauwt ze de voorstelling ook. En ze snoert de expressiviteit van haar dansers in. Want de performers lijken ten dienste te staan van één persoonlijkheid. Eenmaal je zo naar de voorstelling kijkt, zie je het stuk als een pijnlijk zelfportret. Dat Van den Broek op een stoeltje naast Rombouts ogenschijnlijk onbewogen toekijkt, versterkt dat gevoel nog. Vanop haar stoeltje straalt Van den Broek ook breekbaarheid uit. Haar kledij - kniehoge zwarte, lederen laarzen, een zwart kleedje en een zwart jasje (allen van de hand van Veronique Branquinho) – oogt als een schild waarmee ze zich tegen de wereld wapent.

Ook de dansers zijn in het zwart gehuld maar ontdoen zich tijdens de voorstelling – die gaandeweg steeds meer uitwaaiert over de scène, op het projectiescherm en in de zaal – heel even van dat 'schild'. Accusations is bijzonder confronterend. Je voelt hoe persoonlijk deze voorstelling is en met hoe veel zorg ze gemaakt werd. Je wordt gedropt in het hoofd en hart van een getroebleerde persoonlijkheid. Je kunt alles enkel ondergaan, er is geen ontkomen aan. Er is amper lucht. Die komt er pas wanneer Frateur losbreekt uit het choreografische stramien en zijn stembanden de vrije loop geeft. Ook de andere dansers breken dan los. De zucht van opluchting die door de zaal golft, is haast tastbaar. Maar algauw wordt alles en iedereen terug opgeslokt in de duisternis en in de strakke catwalkpas.

De danswoordenschat van Accusations is sober en de voorstelling intrigeert vooral door het charisma van de performers, de gebeeldhouwde zinnen waaruit een diepe drang tot zelfanalyse spreekt, de repetitieve muziek en de manier waarop alles secuur in elkaar grijpt en tot een pijnlijk zelfportret wordt van een zoekende, geschonden ziel. Maar, ook al lopen de performers – met zwart omrande, holle blik – soms kriskras door de zaal en spreken ze alle zinnen naar de zaal uit, er hangt een afstand. De strakke setting waarin deze zelfanalyse uitgesproken wordt en de gesloten blikken van de performers, snijdt de voorstelling gek genoeg af van het publiek. Je zit erbij en je kijkt ernaar. Gefrustreerd of geïntrigeerd.
Els Van Steenberghe, Knack Focus, 27 februari 2017

Terug naar boven


Een fascinerende gelaagdheid
Wanneer verandert de werkruimte in een fictieve ruimte? Terwijl het publiek binnenloopt voor de première van Pushing The Wheel zijn Ann Van den Broek, haar dansers en filmer Bernie van Velzen in het werklicht bezig de lege witte vloer in te richten. Muzikant Nicolas Rombouts zit klaar achter zijn kleine console, maar alle anderen zijn nog in de weer met gele schoonmaakdoekjes, kledingrekken, schoenen, de kabel van de camera. Een mogelijk antwoord: wanneer Ann met haar vingers naar de techniek knipt. Een donkerslag. Het witte werklicht maakt plaats voor een knalgele zaklamp in het duister.

Zo plots kan de transformatie plaatsvinden. Danser Ferhat Günes heeft een geel vest over zijn blote bovenlijf aangetrokken. Na een ronde over de tribune ligt hij in het midden van de vloer op zijn rug en probeert zonder daarin te slagen ineens rechtop te springen. Danseres Frauke Mariën zit op handen en knieën op de grond, in een dun bloesje en een zwarte onderbroek, billen richting publiek, en trekt haar rug hol en weer bol. Een lichaam dat haar seksuele kant aanbiedt. Jan Deboom en Louis Combeaud dragen witte pakken. Zij lopen op de maat van de muziek, een zelfverzekerd paraderen in het mooie pak, zoals Van den Broeks muzikale held Nick Cave ook graag doet. Ook zij verlaten de vloer en lopen achter het publiek langs tussen de stoelen door. Een drang om te ontsnappen uit de afgebakende ruimte die het podium biedt? Als zonnebloemen draaien we met hun beweging mee.

Net als eerder in The Black Piece en ook in bijvoorbeeld I SOLO MENT speelt Pushing The Wheel voortdurend met de beleving van de ruimte. Zoals in het werklicht duidelijk te zien was is de vloer heel ruim. Met vier dansers is hij niet dicht bevolkt, en dan ontsnappen die dansers ook nog eens aan die grote speelruimte door herhaaldelijk de hele zaal te doorkruisen. Maar door het close-up filmen, in alleen het gele licht van Van den Broeks zaklamp en de camera van Van Velzen op een verder donkere vloer, voelt het vaak alsof we de dansers heel dicht op de huid zitten. De emoties die ze tonen komen zo heel direct naar binnen. De haast maniakale solo op camera van Frauke Mariën is een treffend voorbeeld: smekend, zoekend, boos, verward en angstig spreekt ze haar toeschouwers woordloos aan. We zien de verwarring en frustratie van de mensen in het stuk. We horen ook hun ademhaling, het schuren van hun kledingstukken en het stampen en slepen van hun voeten, geluiden die door Rombouts worden gelooped, bewerkt en versterkt. Het leven is voelbaar.

Ook de beleving van tijd komt onder druk te staan. Met de terugkerende song ‘Jubilee Street’ van Cave en het vingerknippen om een overgang naar een nieuwe sequentie aan te kondigen lijkt de structuur helder. Maar doordat alle scènes een terug- of vooruitwijzing, variatie of verdubbeling krijgen, op film, in een tweede danser of in geluid, raken we ondergedompeld in een ander universum waar eigen wetten gelden en waar we alleen nog maar kunnen kijken naar wat er in het gloeiend gele licht gebeurt. Het wordt gedurende de avond steeds lastiger in te schatten hoeveel tijd er eigenlijk is verstreken; twintig minuten, drie kwartier, vijftien jaar?

Er is een eindeloze melancholische trip met een naar adem happende zanger – je wilt haast dat hij eens diep zucht. Een vingerknip. Opnieuw. Wordt wat we op het scherm zien gelijktijdig gefilmd, of is het eerder opgenomen? Zit Joep van der Geest ineens tussen de kledingrekken verstopt? De voorstelling ontpopt zich als een snelkookpan waarin verleden, heden en toekomst, dans, film, muziek en performance tot iets puurs en essentieels worden ingekookt. Knip: nog een snufje breiwerk, een tik van het krijtje op het schoolbord, zo is het goed.

Wanneer ontstijgt het hier en nu van een voorstelling die van de werkelijkheid? Pushing The Wheel geeft dat geheim niet prijs maar zorgt dat je het proces ondergaat, met alle desoriëntatie van dien. Ook als je niet eerder een stuk van deze choreografe zag is dit een voorstelling met een fascinerende gelaagdheid. ‘I’m transforming, I’m vibrating, I’m glowing / I’m flying, look at me’, zingt de danser tegen het eind buiten adem. We hebben het vanavond gezien en teruggezien. En laten we gaan zien waar zijn vleugels hem zullen brengen.
Wendy Lubberding, Theaterkrant.nl, 5 november 2015

Terug naar boven


Rituelen op kerkhof over onmacht en onvermogen
De poort van het kerkhof gaat open. Bij het binnengaan horen we Nick Cave: It’s a wonderful life. Waarom horen we Nick Cave niet altijd zingen als we een kerkhof betreden? Dit is zo prachtig, dit moet verplicht worden!

Op de tonen van Caves bitterzoete ode aan het leven en de liefde dansen drie mannen en twee vrouwen, gehuld in kraakwitte kleding. Het grindpad van de Algemene Begraafplaats in Alkmaar knerpt onder hun voeten. Meteen herken je de typerende bewegingstaal van choreograaf Ann Van den Broek. Schokkend en pulserend trekken de lichamen samen rond het middenrif. Direct daarna slingeren alle ledematen in tegengestelde richting de ruimte in. Het is alsof de dansers helemaal zijn volgepompt met emoties, die tevergeefs hun weg naar buiten zoeken. Cave moedigt de dansers hoopvol aan: “It’s a wonderful life - If you can find it.” Maar ze kúnnen het maar niet vinden.

Na het collectieve optreden bij de poort wordt het publiek opgesplitst in groepen, die langs over het kerkhof verspreide soloperformances wandelen. Op afstand is steeds een langzame trommelcadans te horen, die zich prachtig vermengt met de vogelgeluiden - waarbij de krassende kraaien op morbide wijze de show stelen.
De (zeer herkenbare) onmacht om met dood en rouw om te gaan wordt zichtbaar én voelbaar gemaakt met dwingend herhaalde bewegingspatronen. Zo zien we Davide Pietro Cocchiara voortdurend in de weer met witte overhemden die opgevouwen moeten worden, waarna hij ze weer weggooit. Frauke Mariën staat in een helverlichte kist en probeert tevergeefs te communiceren, met onverstaanbare mondbewegingen en gebarentaal. En Jan Deboom belichaamt het emotionele onvermogen met machteloos headbangen, staand, zittend en kruipend in een grasperk. Je wordt er koud van. Als hij je dan ook nog meeloodst naar de kindergrafjes, die zijn versierd met ballonnetjes, beertjes en allerhande speelgoed, wordt het zelfs iets te veel van het goede. Dit komt te dichtbij.

Ook het aantal stops tijdens deze locatievoorstelling had misschien wel iets minder gemogen: het is een fikse wandeling, zo tussen de zerken.
Daar staat tegenover dat Van den Broek en haar dansers niet alleen optimaal gebruik hebben gemaakt van de beladen locatie, maar ook van de overgang van schemering naar duisternis. De Vlaamse choreografe bewerkte haar eerdere stuk Q61, waarin ze reflecteerde op het overlijden van haar broer: Q61 is het nummer van de nis waarin hij werd bijgezet. Ze bewerkte dit persoonlijke uitgangspunt tot een reeks bezwerende dansen, die voor iedereen invoelbaar zijn.
Misschien duurt de aaneenschakeling van minimalistische rituelen iets te lang. En misschien gaan sommige gebaren en bewegingsfrases op elkaar lijken, na al die herhalingen. Maar misschien is dat juist hoe het moet zijn. Wie zei dat de dood afwisselend en onderhoudend moest zijn?
Fritz de Jong, Het Parool, 22 mei 2015

Terug naar boven


Fascinerend danstheater van Ann Van den Broek
Het is pikdonker in de zaal. Links van mij hoor ik geritsel van papier. Dan voetstappen. Aan de andere kant op de tribune (?) horen we gelach. Even later zien we een danser op de vloer die gefilmd wordt en tegelijk wordt geprojecteerd.

Met alleen het licht van de camera en een kleine maar zeer felle zaklamp dwalen we vervolgens anderhalf uur door de welhaast surrealistische wereld van The Black Piece van WArd/waRD, het gezelschap van choreografe Ann Van den Broek. Het is een fascinerende tocht waarin dansers acteren in de live gemaakte film. Of toch niet? Soms zien we een danser op het scherm waarvan je denkt dat die ook in de voorstelling zat, maar dat blijkt dan niet zo te zijn. Je moet goed kijken tijdens deze voorstelling. Niet alles is hier what you see is what you get.

De dansers maken hoekige bewegingen in formatie. Ook zijn er kleine solo’s te zien. Er is een scène waarin een danser door een boek bladert en dit telkens met een ferme klap dicht doet. Geprojecteerd zien we de pagina’s van dat boek met verschillende beelden. Ook zien we röntgenfoto’s van longen en even later kijken we naar een danser die met een schaar langs zijn baard strijkt.

De geluiden van de bewegingen van de dansers worden met kleine sensor microfoontjes versterkt zoals bij het boek of de baardscène, waarbij het geluid van een basdrum lijkt te komen, zo hard en dof klinkt het. De soundtrack, een compositie van Arne van Dongen, bevat echter ook prachtige zangpartijen van Gregory Frateur van de Belgische band Dez Mona. The Black Piece van Ann Van den Broek is een heus gesamtkunstwerk dat imponeert door de vaak onheilspellende sfeer, de precieze bewegingen, uitgekiende techniek, fraaie timing en de heftige dans.
Jos Schuring, Scenes, otober 2014

Terug naar boven


Surrealistisch The Black Piece is al hoogtepunt in dit dansseizoen
Dansen in het bijna-donker was enige tijd een manier om choreografieën interessanter te laten lijken dan ze waren. Dergelijke trucs heeft de Vlaamse Ann Van den Broek niet nodig. Zij thematiseert het duister: The Black Piece gaat over het zwarte in en om ons, zwart als dreiging, zwart als veilige deken. Licht is in haar jongste creatie dus een schaars goed, en wordt volledig gecontroleerd door Van den Broek zelf, die net als in haar vorige creatie, The Red Piece, live aanwezig is. Rondgaand over het verduisterde toneel toont zij het publiek met een zaklamp wat zíj wil dat het op dát moment ziet. Heel soms baadt het podium in het licht en stellen de dansers zich in een rij op voor een synchrone choreografie van staccato krampende en stuiptrekkende bewegingen.

Cameraman Bernie van Velzen projecteert livebeelden van de vijf dansers en objecten op de vloer. Trippelende voetjes op hoge hakken, een inktzwarte, rammelende matroesjkapop, een verleidelijke man in een jas van varkensleder dat op zijn bewegingen ritmisch meeknarst. Andere geluiden – uitzinnig gelach, klaaglijk gekerm, voetstappen, ademhaling – en de songs van Gregory Frateur van Dez Mona leggen een spannende bodem onder de manipulatie van onze waarneming. Beelden en dansen volgen elkaar zonder samenhang op en creëren een surrealistische, desoriënterende ervaring. The Black Piece is als een droom vol betekenissen die zich niet laten duiden. Nu al een hoogtepunt in het seizoen.
Francine van der Wiel, NRC Handelsblad, 30 september 2014

Terug naar boven


Luisteren naar zwarte dans
Choreografe Van den Broek stuurt in het donker zelf onze blik. Letterlijk. Met een zaklamp.

Als de dansers aan het eind van The Black Piece alsnog grijze en witte truitjes aantrekken, voelt dat bijna als een explosie van kleur. Zoveel zwart hebben we de voorbije vijf kwartier gezien. Of gezien... Vaak hebben we in het donker alleen gehoord. Het klappen van een stoel, het schuren van schoenzolen, de echo van een harde lach, het zuchten van een danser, de hese stem op band van zanger Gregory Frateur (Dez Mona) die I see you herhaalt in allerlei registers. Choreografe Ann Van den Broek stuurt zelf onze blik. Letterlijk, met een zaklamp. Soms schijnt ze een danser fel in het gezicht en verschijnt een close-up op het videoscherm tegen de achterwand. Soms belicht ze uitgeschopte schoenen, een leren jas, een elektriciteitskabel. Alles zwart.

Het is geen gemakkelijke voorstelling die Van den Broek heeft gemaakt, als tegenhanger van haar rood-witte bandagevoorstelling The Red Piece uit vorig seizoen. Het is werken geblazen voor de toeschouwers. Het hermetische begin - Van den Broek herhaalt haar zaklampact consequent lang en compromisloos - geeft The Black Piece iets dwingends en obsessief. Alsof ze midden in de nacht in een steeg blijft ronddwalen en telkens weer dezelfde muren treft. Maar dan breken de vijf dansers - drie mannen, twee vrouwen - door met een strakke, energieke bewegingssessie, op rij, frontaal naar het publiek. Ze tikken ritmisch op hun borstkas. Springen staccato met hun lijf heen en weer. Stampen hun hakken in de vloer. Hier toont Van den Broek welk zinderend en sterk bewegingsmateriaal haar taal in huis heeft. Meeslepend en repetitief, ook doordat de uitputtingsslagen zich voltrekken op de ronddwalende soundscape van Arne van Dongen. Dan keert Van den Broek resoluut terug naar de lange black-outs en de zaklantaarn. Om uiteindelijk meer scènes prijs te geven: het lakken van nagels (in zwart natuurlijk) van een danseres boven een lichtbak, het bekijken van röntgenopnamen boven diezelfde lichtbak. Als er al een thema in The Black Piece te ontwaren is, cirkelt dat rond het bezweren van een onheilspellende boodschap door zelf het duister op te zoeken. De scans van de borstkast concentreren zich rond de longen, daar waar de adem op z'n sterkst is. Dit, in combinatie met het sombere zwart, roept soms de nogal letterlijke associatie op van het bezweren van een vermoeden van longkanker, een donker gezwel dat de lucht eruit drukt.

Toch breekt langzaam de hoop door. Live-opnamen van dansers mengen zich met eerdere opnamen van feeërieke beelden van zanger, band, bos en het 10-jarig zoontje van Van den Broek. De choreografe laat steeds meer dans toe, grijs en wit doen hun intrede. En dan volgt die 'kleurige' danssessie aan het slot van een gewaagde, eigenwijze en ijzerenheinige voorstelling.
Annete Embrechts, de Volkskrant, 22 spetmber 2014

Terug naar boven


Uitermate spannend en onvoorspelbaar
Als ‘The Black Piece’ van choreografe Ann van den Broek begint, moet je onwillekeurig denken aan Mark Rothko, de Amerikaanse schilder, van wie net een tentoonstelling is geopend in het Gemeentemuseum Den Haag. Rothko maakt doeken met veel lagen verf over elkaar, dat geeft diepte. Het toneellicht is uit, het is donker, we zien in eerste instantie niets, maar dan kunnen we toch vaag vormen onderscheiden. Het ene zwart is kennelijk zwarter dan het andere. Om ons heen klinken geluiden: er wordt gelachen, gelopen, geademd. Nu eens dichtbij, dan weer verder af. Je kijkt om je heen, ook al zie je niets. Wat gebeurt daar? Oh, dat is iemand uit het publiek die zijn telefoon uitzet. Op het balkon gaat een deur open. Hoort dat bij de voorstelling of is dat een toeschouwer die vlucht?
 
Wat gebeurt is uitermate spannend en onvoorspelbaar. Soms gaat er plotseling een lichtje aan en dan zie je iets, maar het is iets anders dan wat je dacht te zullen zien. Het toneel is kaal, er hangt alleen een groot filmscherm. Na enige tijd zijn daarop beelden te zien. Eigenlijk is dat jammer, nu wordt alles weer normaal, concreet en veilig. In plaats van naar het geritsel en getik te luisteren en je af te vragen wat dat te betekenen heeft, heb je iets om naar te kijken. Zo normaal en concreet blijkt dat trouwens niet te zijn: op het scherm zijn andere beelden te zien dan die je gefilmd ziet worden.
 
Geniaal
Er zijn vijf dansers; drie mannen en twee vrouwen. Ze worden met een klein zaklampje beschenen door een vrouw met donker haar, het is Ann van den Broek zelf. De belichting is geniaal. Er wordt gewerkt met het kleine lampje, er is een grotere lamp die hoort bij een draagbare camera en heel soms is er wat toneellicht. Verder is het donker. De dansers worden gevolgd door de camera die bediend wordt door Bernie van Velzen, de lichtontwerper en cinematograaf.
 
De soundscape van Arne van Dongen is al even fascinerend. Er wordt geblazen, getikt, gehamerd, met een sok geslagen, met een schoenborstel gewreven en het swingt als een gek. Een stem maakt geluiden, later praat en zingt hij. De dansers lijken dieren. Ze gaan op het licht af als motten naar een vlam, dan vluchten ze er weer voor weg. Ze maken de fascinerende bewegingen die we van Van den Broek kennen. Schokken, stoten, slaan, alles is organisch en impulsief. Op de ruwe muren van de grote zaal van Stadsschouwburg Amsterdam zien we de gigantische schaduwen die de dansers maken.
 
Zintuigen
Sommige mannen dragen oog make-up, één van de vrouwen draagt een snor. Omdat je steeds flarden ziet, vraag je je constant af: wat zie ik nou? Op het scherm zie je iemand tekenen, later blijkt dezelfde tekening op iemands rug te staan. De dansers kijken aanvankelijk uitdagend in de camera. Zie je hoe mooi ik ben? Ze dringen om de aandacht te krijgen. Sommige beelden doen denken aan de foto’s van Nan Goldin en Larry Clark. Sexy, rauw en edgy. Later worden de dansers vermoeid en bedroefd. Ze geven het op, het lukt niet meer om overeind te komen. “I have to go out of here”.Tot ze toch weer dansen, dit keer vrolijk en licht.
 
Helemaal aan het eind is het weer totaal donker. Dit keer ontstaat er voor het eerst wat angst. Wat gaat er nu gebeuren, wat zie ik? Komt daar iets dichterbij geslopen? Wat is dat? Totdat iemand begint te klappen, het is over, het is tijd voor het applaus.
 
‘The Black Piece’ is een voorstelling die de zintuigen uitdaagt. Omdat je niet weet wat je ziet, wat er nu precies gebeurt, ben je constant heel alert. Je wordt een beetje een kind dat op onderzoekingstocht uit is, ook al zit je stil in een stoel. Als toeschouwer dans je niet mee, maar omdat je de meeste van je zintuigen hebt gebruikt, voelt het alsof je dat wel hebt gedaan. Prachtige voorstelling.
Emilia Nova, Theaterjournaal.nl, 26 september 2014

Terug naar boven


Een hoorn des overvloeds, maar zonder rode draad
Duister, Satan, beangstigend, depressie, dood. Maar zwart is ook: omhullend, intiem, rustgevend, leegte. En: sexy, verleiding, erotiek, nachtelijke feesten. De Belgische choreografe Ann Van den Broek maakt steevast heftige voorstellingen. Het gaat haar niet om schoonheid, maar om krachtige emoties ingekaderd in een strakke vorm. In The Black Piece, de opvolger van The Red Piece, over passie, laat ze alle kanten zien van zwart.

We zitten in het donker, performers en publiek in hetzelfde schuitje. We kwamen kijken naar dansende lichamen, maar worden eerst met de eigen gedachten en gevoelens geconfronteerd. Voor de één heerlijk, voor de ander vervelend. Het zet in elk geval de zintuigen op scherp, en zeker ook het oor.

De voetstappen van een mens, gelach. Dan een lamp, een camera. We zien alleen wat cameraman Bernie van Velzen filmt: een zwarte damesschoen, een glanzend overhemd, een close-up van een verbaasd gezicht. Telkens een ultrakort fragment, kleine brokjes beeld.

Uit dit diffuse beeld en discontinue ritme ontstaat na verloop van tijd een doorgaande dans - een ijzersterk moment. Drie mannen achter elkaar in een rijtje, om de beurt vooraan. Hun bewegingen volgen elkaar op, het is een reeks, maar vloeiend zijn ze niet. Ze paraderen als over een catwalk, brengen hun lichaam in verschillende posities als voor een modefotoshoot. Zelfverzekerd, sexy en een tikje verknipt als menig popidool. De bewegingen zijn weloverwogen, goed gerepeteerd en elk moment beheerst. Ze weten precies wat effect sorteert.

De ultralosse en fragmentarische structuur blijft het hele stuk. Live opgenomen beelden worden gemengd met bestaande beelden van andere mensen die buiten zijn geschoten. Bewegende lichaamsdelen van dansers worden gecombineerd met röntgenfoto's van longen, boeken vol foto's en notities, zwarte inkt en nagellak. De dansers verschijnen andermaal in beeld als ze door de choreografe met een zaklamp worden beschenen, of als ze tijdens intermezzi helemaal vooraan op het podium naast elkaar staan en het zaallicht kort is aangedaan.

Die opzet geeft een vrij, geïmproviseerd gevoel en biedt ruimte voor de fantasie, maar wreekt zich op een bepaald moment ook. Je krijgt een hoorn des overvloeds aangeboden, een overview, maar niets leidt ergens heen, een rode draad ontbreekt. Ook het feit dat de muzikaliteit van de vijf performers erg verschilt, waardoor de ritmische patronen die ze samen vormen visueel niet strak zijn en auditief niet scherp, is een minpunt.

Daar staat tegenover dat de dansers, de twee vrouwen voorop (Frauke Mariën en Francesca Monti), heerlijk bewegen én overtuigend acteren. En de muziek van Arne Van Dongen is helemaal to the point.
Jacq. Algra, Het Parool, 23 september 2014

Terug naar boven


Zwart vol dubbele bodems
Bij het zien van 'The Black Piece' van Ann Van den Broek moest ik denken aan Mark Rothko's schilderijen, de monochrome kleurvlakken die momenteel in het Haags Gemeentemuseum hangen. Doordat Rothko ze laag voor laag opbouwde zit er diepte in. Wat héét: je kunt er eindeloos in ronddwalen, afzakken in velerlei dieptes van kleur en emotie.

Zwart is er bij gratie van licht, daar begint Van den Broeks filosofische zoektocht in 'The Black Piece' al mee. En zij is als choreografe de schepper van dat licht, het begin, het leven. En ze bepaalt daarmee ook wát we zien. Vanuit het pikzwarte donker schijnt ze af en toe een lichtje op haar vijf dansers, die kriskras door de ruimte lijken te bewegen. Als ze niet door Van den Broek worden uitgelicht, horen we hen wel: licht gejammer, luidkeels gelach, schurend gestamp van zware schoenen.

Een trappelende vrouw in kokerrok, een man met gebogen hoofd tegen een muur geleund. Het donker openbaart zich - alle zintuigen op scherp - maar wat je ziet is niet wat je krijgt. Het videowerk van Bernie van Velzen, dat is geprojecteerd op de achterwand, suggereert realtime actie, maar de film strookt zo nu en dan niet met de 'live' situatie. Dit zwart bevat vele lagen en vooral: dubbele bodems, Van den Broeks bezwering van het leven en dat je niets als vanzelfsprekend kunt aannemen.

De productie cumuleert voort in betekenissen. Oud wordt jong, stilstand extase, man vrouw. De bewegingstaal is die we kennen van Van den Broek: de mens in een verbeten cadans van schokken, horten en stoten. Maar het jargon is opengebroken en minder hermetisch dan haar vorige werk.
Subliem is het trio waarin de mannen spelen met focus en perspectief door afwisselend op de voorgrond te treden. Of de momenten waarop de dansers in een felbelichte rij om volle aandacht voor hun fysieke aanwezigheid vragen.

Van den Broeks 'The Black Piece' is haar spannendste voorstelling tot nu toe. Het zwart kan erotisch zijn, contemplatief of angstaanjagend, verpakt in allerlei gedaanten. Zoals de zwarte baboesjkapoppetjes die op het speelvlak rondslingeren en het immense stembereik van Gregory Frateur van Dez Mona, dat in de soundscape klinkt.

Mooi hoe Van den Broek lucht pompt tussen alle lagen en een overall idee van vrijheid oproept. In al die lagen zwart ligt de mens besloten.
Sander Hiskemuller, Trouw, 23 september 2014

Terug naar boven


The Black Piece
De kleuren blauw en rood werden in eerdere voorstellingen van choreografe Ann Van den Broek al tot thema verheven, nu is er The Black Piece dat recentelijk in ccBerchem (België) in première ging. Door het theater in volledige duisternis te hullen sluit Van den Broek aan bij wat onder Europese makers mode lijkt te zijn: gecontroleerd het zicht van de toeschouwer ontnemen, waardoor in hun voorstellingen de zintuigen op scherp worden gezet en met de perceptie van het publiek wordt gespeeld.

Recent was een aantal Franse exponenten hiervan in Nederland te zien, die met hun danskunst vooral een dialoog met de schilderkunst aangingen. Ann Van den Broek betreedt echter een ander, voor haar nieuw, terrein door film en live performance een gelijkwaardige stem te geven in haar voorstelling. Naast Van den Broek met haar zaklamp, is er cameraman Bernie van Velzen die de dansers op de voet volgt. Soms staan de vijf even met hun krachtige dans in het volle licht, om vervolgens weer opgeslokt te worden in het zwarte gat van het theater.

Bij aanvang van de voorstelling The Black Piece klinken voetstappen, gelach en het geritsel van papier. Gehuil. Wie hoort de toeschouwer, wat gebeurt er om hen heen, en waar? Als Ann Van den Broek even later met een zaklampje een detail in de ruimte aan de duisternis onttrekt, word je je er meteen bewust van dat de aannames die je ondertussen hebt gedaan om enigszins grip op de situatie te krijgen, niet juist zijn. Van den Broek laat zien dat niet alles is wat het lijkt te zijn.

Ook later in de voorstelling wrijft zij die notie de toeschouwer flink onder de neus. Bespieden of blootleggen, wat doet de choreografe daar in het donker? De live gefilmde beelden van de cameraman worden op een scherm geprojecteerd, de fragmenten laveren van de sfeer van een videoclip naar de sinistere toon van film noir. Soms lijkt het of zij op een prooi jaagt.

Stijlvol, jong en mooi zijn de vijf dansers, al kleven er aan de wereld waarin zij zich bewegen altijd minder benijdenswaardige kanten. Broeierig is de intimiteit tussen twee van hen op momenten. Maar er is ook het beangstigende beeld van een zwartgeblakerde long. Allerlei associaties en betekenissen die aan zwart toegekend kunnen worden, komen over het voetlicht tijdens de voorstelling.

In dat zwarte universum komt de dans van Van den Broek goed tot zijn recht. Herkenbaar, zoals wanneer een man zijn schouders stoer naar voren duwt om met een dwingende, doorgaande herhaling langzaam voorover te buigen om vervolgens door zijn knieën te zakken. Niet veel later sluit hij achteraan in de rij van drie mannen, van wie nu een ander het voortouw neemt en in volle overtuiging zijn bovenlichaam in de strijd gooit. Een doorlopende strijd om het spotlight.

Consequent als de choreografe immer te werk gaat is er in The Black Piece geen ontsnappen aan de beelden en bewegingen die zij het publiek voorschotelt. Want met haar artistieke keuzes in deze voorstelling blijft Van den Broek niet hangen in een rigide concept, maar weet zij werelden op te roepen waarin je steeds verder wordt meegetrokken. Als de dansers synchroon met de bewegingen in de filmbeelden van Dez Mona-zanger Gregory Frateur meedoen, krijgt de voorstelling vleugels. Met The Black Piece is zij op bewonderenswaardige wijze een nieuwe weg ingeslagen.
Marcelle Schots, Theaterkrant.nl, 16 juni 2014

Terug naar boven


Ann Van den Broek and The Dance of Trauma
As a psychoanalyst and a dancer I am keenly aware of the connection between mind and body, between thoughts and feeling states, and the way that each influences the other. Intense emotions like fear, anxiety, depression and grief can freeze the body and constrict its movements and possibilities, holding it in the grip of trauma. The inverse is also true, where movement (dance, yoga, sports, walking) frees the body from the rigidity that fear and trauma arrest it in. The dancer in me has always believed that movement is an antidote to trauma. The psychoanalyst in me knows that it is. But is it?.....
» Lees het hele artikel

Terug naar boven


Onverbiddelijke passie breekt los als de dansers zijn bevrijd
Rood als kleur van passie: verrassend klinkt het niet. Wel verrassend is de passie waarmee choreografe Ann Van den Broek de beuk erin gooit. Minutenlang zitten drie vrouwen en drie mannen geboeid op het podium. Letterlijk. Dan bevrijdt Van den Broek haar dansers uit de touwen waarmee ze, in Japanse sm-stijl, aan elkaar zijn vastgebonden en bevrijdt ze alle emoties: lust, wanhoop, eenzaamheid, verdriet, euforie en pijn.
Onverbiddelijke passie breekt los, en daarbij stampen de dansers zelf hun ritmes, in rode schoenen, die ze voortdurend aan- en uittrekken. Gebaseerd op Spaanse flamenco, maar dan trager, kaler en dwingender. De choreografe klakt lustig mee met de hakken van haar hoge laarzen: 1,2,3 – 1,2,3 – 1,2!

In het begin zit Van den Broek op de achtergrond te breien, maar later bemoeit ze zich actief met de handeling. En ook al hebben we over het algemeen een hekel aan geklets tijdens dansvoorstellingen: haar repetitieve commentaar draagt bij aan de dwingende kracht van The Red Piece. Net als het indringende lichtplan, dat hard schakelt van rood naar knallend blauwwit. Wakker blijven!
Het publiek krijgt adempauzes tijdens lyrische songs (Radiohead meets David Bowie) die de Belgische band Dez Mona voor de voorstelling componeerde.

Alle dansers maken indruk, maar de scène waarin Francesca Monti steeds weer (tevergeefs) het touw, waarmee ze in de beginscène werd gekneveld, probeert samen te binden, komt in zijn compromisloze minimalisme het hardste binnen.
Fritz de Jong, Het Parool,14 februari 2014

Terug naar boven


Vier sterren voor The Red Piece
Er gaat een immense kracht uit van The Red Piece, de nieuwe dansvoorstelling van choreografe Ann Van den Broek. Echte survivors zijn het, de zes dansers die zich tegen de klippen op staande proberen te houden. Ze roffelen monomaan met hun benen op de grond, mokeren met hun armen in het luchtledige, in een voortdurende hunkering naar beweging. Ze komen elkaar tegen op hun pad, maar zijn alleen, gevangen in smeulende verlangens. De ruimte, in wit of helrood licht gehuld, biedt weinig houvast voor deze dolende zielen.

Smeerolie in The Red Piece is rood, de kleur van woede en frustatie, maar vooral van passie, volgens Van den Broek de motor achter alle menselijke emoties. De choreografe zit op het achterplecht van het toneel bijna achteloos te breien, maar het zijn de hakken van haar bruinleren laarzen die – ták, ták, ták – het ritme van de bewegingscadans voorschrijven. Ze is de oermoeder die aan het begin van de voorstelling haar spruiten van hun touwen bevrijdt, waardoor hun ingetoomde passie de vrije hand kan krijgen. De touwen zijn om de lichamen gestrikt volgens de kunst van de Japanse bondage, van oudsher gebruikt voor het activeren van lustgevoelens en het bereiken van een hoge graad van meditatie, waardoor trance ontstaat. Het is ook een uiting van modern fetisjisme, waarin het gaat om het schakelen tussen controle en totale overgave.

Dit gegeven wordt schitterend in dans vertaald. Geeft het getik van Van den Broeks laarzen een hartslag aan de repetetieve bewegingen van de dansers, het zijn de songs van Gregory Frateur die The Red Piece een ziel verschaffen. Liefde is heilig vuur, valt uit zijn woorden te begrijpen, maar ook een emotie die onvoorspelbaar is en daarom te vrezen valt. De dansers schreeuwen dit uit met hun lichaam, verliezen zichzelf in een apotheose, waarin ook Van den Broek zelf loskomt, om dan weer van voren af aan te beginnen.
Sander Hiskemuller, Trouw,17 mei 2013

Terug naar boven


The Red Piece
Temidden van krachtige constanten proberen de dansers in The Red Piece te overleven. Ze worden als groep voortgestuwd en vormen een geoliede machine.

The Red Piece. Het klinkt als een schilderij. En dat is zo gek nog niet, want de beeldende kwaliteit van de nieuwste choreografie van Ann Van den Broek is weer super. Tegen een stel lichtgrijze schermen rond om de dansvloer hangen setjes rood-witte kleding, ook de kleuren waarin de dansers zijn gekleed. In het midden staat een rood hellend object, een verzameling kleine tafeltjes die gaandeweg worden losgetrokken. Het licht slaat een paar keer om van wit naar rood, wat het plaatje als het ware van buiten naar binnen doet klappen.

In deze uniforme wereld is er één persoon die detoneert: Van den Broek zelf, in het zwart, op hoge lichtbruine laarzen. Ze zit achteraan te breien, alsof haar aanwezigheid er niet toe doet. Maar niks is minder waar. Zij is het die de touwen waarmee de dansers zijn gekneveld (Japanse bondage) losmaakt. Zij is het die vervolgens het ritme, de hartenklop van de voorstelling, aangeeft door met haar hakken op de grond te tikken, een flamencodanseres aan haar stoel gekluisterd.

Die klikkende hakken passen Van den Broek perfect. Ze zijn krachtig, aards, aanwezig, een beetje monomaan en, het allerbelangrijkst, een combinatie van passie (rood) en woede (rood) – een spagaat, een frustratie, die in veel van haar werk op de voorgrond treedt. Zoals ook de meeslepende songs van Gregory Frateur, aanvoerder van de Belgische band Dez Mona die speciaal voor de voorstelling nieuwe muziek componeerde, doen geloven in de liefde maar die tegelijkertijd doen vrezen als een duister virus dat verlamt.

Flamenco, touwen, Dez Mona. Te midden van deze krachtige contstanten proberen de dansers te (over)leven. Ze worden als groep voortgestuwd, vormen een geoliede machine. Hun voeten slepen, springen, stampen, hun armen gesticuleren, een lach is meer een grimas. Het zijn geïsoleerde momentopnamen van emoties, zonder anekdotische lading. Een moment van bezinning, op de knieën, is de opmaat voor verdere destructie, halfnaakt, met harde schokken die door het lijf schieten. Ze zijn duidelijk in de ban van een gevoel dat groter is dan henzelf. Een spannend gegeven, dat op allerlei manieren kan worden geïnterpreteerd. De aanwezigheid van hun choreograaf, uiteindelijk toch de baas, voegt daar nog een dimensie aan toe.

Het enige jammere is dat de dansers, zo duidelijk voertuig van idee en sfeer, weinig als individu op de voorgrond treden. Terwijl ze toch stuk voor stuk intrigeren. Van den Broek anticipeert op deze kritiek door op een gegeven moment ijsberend over het toneel het creatieproces een beetje uit de doeken te doen. Dat een keuze ook een andere keuze had kunnen zijn. Helemaal waar. Maar toch beter weglaten, zo'n alles relativerende opmerking.
Mirjam van der Linden, de Volkskrant, 15 mei 2013

Terug naar boven


IJzersterke voorstelling van Van den Broek
Een sluimerende spanning hangt al bij binnenkomst in de zaal, veroorzaakt door een constante dreun die door de zaal resoneert. Vastgebonden staan en zitten zes dansers in een rij op het voortoneel. In The Red Piece van choreografe Ann Van den Broek waart het ‘virus called love’ rond in de ruimte.

Eenmaal bevrijd van hun ketenen, komen de dansers aangedreven door de ritmisch stampende hakken van Van den Broek op gang. De vier microfoons op de vloer reproduceren de geluiden van hun voeten. De flamenco invloed in de voorstelling is onmiskenbaar maar Van den Broek heeft haar volledig afgepeld om tot de kern te komen. The Red Piece gaat over alles verzengende passie, waarin net als in haar eerdere werk ook seksualiteit een belangrijke rol speelt, ditmaal onder meer door Japanse bondage.

‘She took me there and left me there. At that dark place in her heart.’ In tekstschrijvers Gregory Frateur en Craig Ward van de Belgische band Dez Mona heeft Ann Van den Broek artistieke soulmates gevonden. Zij werkt in The Red Piece met een grotendeels nieuwe groep dansers. En hoewel er een gelijk aantal mannen en vrouwen op het toneel staat, overheerst het perspectief van en op de vrouw. Als een van de danseressen later het voortouw neemt en de mannen een voor een benadert, zijn het uiteindelijk de mannen die als eerste ten onder gaan in deze rondedans.

Macht is een ander thema in The Red Piece. Al vroeg in de voorstelling gebaren de dansers driftig als een dirigent. Maar het thema komt ook naar voren door de wijze waarop Van den Broek haar dansers op het toneel aanstuurt. Ze maakt hun touwen los en geeft hun bewegingsvrijheid, drijft het ritme aan door het systematisch gestamp van haar hakken dat vervolgens wordt overgenomen door de cast. Ook in de voorstelling Ohm (2010) dreef zij de soundscape aan door op een klankbord te stampen. Maar in The red piece is Van den Broek nog prominenter aanwezig, ook al brengt ze haar tijd voornamelijk door met een breiwerkje. Later becommentarieert ze hardop het eerder getoonde, waarmee ze terugneemt wat ze de toeschouwer eerder gaf.

In The Red Piece is de witte dansvloer omlijst met witte gaasdoeken verbonden door gekruiste draden. Langs deze wanden hangen verschillende eigentijdse kledingstukken, net als het decor in wit en rood. Regelmatig wisselen de dansers tijdens de voorstelling van outfit en schoenen, een herkenbaar element bij Van den Broek.

Afgelopen december presenteerde de choreografe bij het Oldenburgisches Staatstheater Das Blaue, een ruimte geïnspireerd op een ijshotel. Nu is er The Red Piece waarin het toneel op momenten in een warme rode gloed baadt. Een abrupte overschakeling naar helder lichtgrijs intensiveert de beleving. Deze heldere, krachtige esthetiek en de uitgebalanceerde combinatie van beweging, beeld en muziek maken van The Red Piece een ijzersterke voorstelling.

‘Careful now, we are trying. Careful now, we lose control.’ De songteksten sluiten naadloos aan bij de intensiteit van het werk. De bewegingen van de dansers zijn in The red piece nog verder uitgepuurd dan voorheen, er is geen spoortje gespeeld drama aanwezig
Marcelle Schots, Theaterkrant.nl, 16 mei 2013

Terug naar boven


Van den Broek komt thuis bij De Châtel
Sterke drijfveren en de dwingende ruimtelijke concepten die aan hun choreografieën ten grondslag liggen, hebben ze in elk geval gemeen. Maar dat is niet het enige, want choreografen Krisztina de Châtel en Ann Van den Broek hebben ook een gedeelde geschiedenis. Van den Broek (41) danste jarenlang in het werk van De Châtel (68) en ontwikkelde de afgelopen jaren met succes een krachtige, eigen signatuur. Nu is er Domestica, een samenwerkingsproject van beide choreografen.

Op de vloer van de grote zaal van de Stadsschouwburg Amsterdam is met witte lijnen een vierkant aangebracht dat verdeeld is in vier gelijke vlakken. De elf dansers zitten en hangen op het meubilair dat in een van de vlakken staat en tijdens de voorstelling regelmatig wordt verplaatst. Woorden klinken door de zaal: pleasure, pain, foundation, fear, privacy, shoes, space. Soms worden ze gesmoord door een hand op de mond van de spreker.
Als even later een danseres met haar voet op een schakelaar trapt, klinkt het ritmische getik van een metronoom. Een ronde langs de overige schakelaars doet steeds meer geluiden door de ruimte schallen. Een voor een verspreiden de dansers zich, zij lopen met ferme passen heen en weer. Met de handen ineengeslagen wordt een doorgaande stroom van herhaalde bewegingen in gang gezet die door de lichamen trekt en zich telkens op een ander punt concentreert. Dansers komen samen in verschillende formaties of vallen uit elkaar. Onmiskenbaar is de hand van choreografe De Châtel hierin.

Gevoed door de verschillende spanningsvelden krijgt de dans van Van den Broek in andere delen de ruimte. Ook hierin veel herhaling, maar de abstractie heeft plaatsgemaakt voor herkenbare bewegingen als het ineenkrimpen na een stomp in de maag of van handen die over billen wrijven. De connotaties met seks en geweld, steeds sterker aanwezig naarmate de voorstelling vordert, zijn overvloedig. Er zitten prachtige dansante stukken in de voorstelling, die niet alleen door toevoeging van tekst een theatraal karakter heeft. Krachtig zijn de taferelen waarin de in zwart uitgaanskledij gestoken dansers rond elkaar hangen en er kleine interacties tussen hen plaatsvinden, en het eindbeeld met halfontklede lijven die door de ruimte verspreid liggen terwijl het licht door een van hen wordt uitgedaan.

De huiselijke omgeving die De Châtel en Van den Broek in Domestica scheppen mag dan verre van veilig en vertrouwenwekkend zijn, toch lijkt het een thuiskomen in de zin dat de makers van een groot wederzijds respect getuigen door elkaar speelruimte te geven. En hoewel hun verschillende vormen van esthetiek duidelijk zichtbaar zijn, straalt er een sterke eenheid uit Domestica, die de samenwerking op een hoger niveau tilt.
Marcelle Schots, Theaterkrant.nl, 6 juli 2012

Terug naar boven


Domestica: 4 sterren
“Trust. Honorability. Desire...” In het stikdonker klinkt de ritmische woordenstroom als een gebed. Na iedere paar woorden klinken ze nog een keer, maar nu nauwelijks herkenbaar, alsof de spreker de mond is gesnoerd. Als het licht aan gaat zien we dat hij het zelf is die zijn hand strak over zijn mond heeft.

Choreografe Ann van den Broek was lange tijd danseres bij het gezelschap van Krisztina de Châtel voordat ze haar eigen gezelschap WArd/waRD begon. Nu werken beide choreografen samen aan de voorstelling Domestica, met dansers van beide groepen. De titel suggereert enige huiselijkheid, maar die wordt minimaal vormgegeven, vier platen met poten in verschillende formaten en hoogtes suggereren een stoel, een bank, een tafel en een bed, erboven schijnt hard tl-licht. Deze ‘huiskamer’ wordt bevolkt door 11 dansers. Ze bewegen door elkaar, soms per ongeluk een paar vormend, schijnbaar toevallig vind een lichaamsdeel een aaiende hand. Ze zien er onmiskenbaar modern uit, met hun ironische snorren, korte donkere jurkjes en skinny jeans.
Op de donderende, ultralage bassen van de muziek betasten ze zichzelf met hun uitgetrokken schoenen. 11 dansers is een mooi aantal: steeds onstaan er kleine groepen of paren, maar nooit is er evenwicht. Later wordt het meer sexy. Op een schokkend ritme, ergens tussen hijgen, hikken en huilen stampen ze kruizen op de vloer. Maar de lichamelijkheid wordt ook snel gewelddadig. Een danser verstikt een ander, maar als een worstelaar geeft die met een paar klappen op de vloer aan dat het spel afgelopen is. In een volgend deel verwijzen de bewegingen duidelijk naar judo. Een danser werkt een ander sierlijk naar de grond en alle anderen volgen de beweging van het slachtoffer. Een prachtig beeld van verliezers zonder winnaar.

Steeds is er een duidelijk onderscheid tussen scènes met schoenen aan - de dansers zijn individuën - en schoenen uit - het is een groep. Het is een mooie reflectie op binnen en buiten, privé en openbaar, bewoner en gast, veiligheid en gevaar die in alle elementen van de voorstelling terugkomt en het is wonderbaarlijk hoe de gedisciplineerde groep dansers hun eigenheid nu eens uitvent, dan weer ondergeschikt maakt aan de gestileerde choreografie. De dubbelheid die het thema is moet inmiddels ook bestaan tussen Van den Broek en De Châtel, die met hun geschiedenis van leerling en meester of uitvoerende en ontwerper ook een nieuwe verhouding moeten vinden en hun huis moeten openstellen. Dat leidt tot aftasten, begeren en zelfverdediging.

In Japan is een opleiding pas voltooid als de meester iets heeft geleerd van de leerling. Domestica is een voorstelling van twee meesters.
Simon van den Berg, Het Parool, 6 juli 2012

Terug naar boven


LIstEn & See: 4 sterren
Er doen geschoolde dansers mee aan LIstEn & See, en acteurs van Toneelgroep Oostpool. Maar zoals de titel aangeeft, moet je heel goed kijken en luisteren, wil je kunnen aanwijzen wie zich in deze voorstelling voor het eerst in de pure lichaamskunst heeft gestort en wie er voor het eerst op het toneel z'n mond opentrekt. De samenwerking tussen choreografe Ann Van den Broek en regisseur Marcus Azzini heeft een ijzersterke choreografie opgeleverd over de vraag welke taal oprechter is: die van het lichaam of die van het woord.
In lange groepsstukken bewegen de negen performers met een bewonderenswaardige precisie op hun gezamenlijke hartslag en ademritme. Tekst wordt gebruikt in monologen, waarbij individuen zich losmaken uit de groep om zich uit te spreken in woorden die net zo intens en emotioneel geladen zijn als de lichaamstaal van Ann Van den Broek. Heel slim begint de voorstelling met een aanstekelijk potje nepvechten met overdreven pijn en triomfkreten. Een ironische verbeelding van het vele nepgeweld waar films en tv-series in grossieren, maar ook een kinderlijk spel dat het verlangen uitdrukt naar een heftig leven. De duur van dit spel maakt dat de waarheid van de inspanning en de vermoeidheid uiteindelijk de leugen van de nepgevechten overvleugelt. Wat daarna gebeurt, is zonde om in een recensie weg te geven. Dankzij het samenspel met de superieure vormgeving van Theun Mosk, torsen de spelers en dansers de zwaarte van het leven letterlijk op hun schouders.
Tot op de laatste seconde wordt het publiek meegezogen in een optelsom van uitputtende spierkracht en bekentenissen die recht uit het hart lijken te komen. Het onderscheid tussen oprechtheid en leugen vervaagt. En of het nou dans is of toneel doet al helemaal niet meer ter zake.
Marijn van der Jagt, Vrij Nederland, 7 december 2011

Terug naar boven


Duister danstheater van de nietsontziende soort
Donker, deprimerend en zwaarmoedig. En dat vijf kwartier lang, consequent. Boven LIstEn & See (LIES) hangt voortdurend een zwaard van Damocles. Veertig minuten zelfs bijna letterlijk: een loodzwaar lichtplateau van 240 kilo (ontwerp: Theun Mosk) drukt op de schouders van de negen performers. Ze torsen het samen, eerst met gestrekte armen, later houden ze het gevaarte nauwelijks meer en laten ze zich tergend langzaam naar de grond drukken. De een na de ander poogt even te ontsnappen aan het gewicht, maar keert toch terug naar het torsend collectief omdat vals spel een ander de kop kost. Ze doen dat misschien ook omdat ze zich hebben geconformeerd aan deze duistere rite van het onder ogen zien van een existentiële zwaarte. Hun korte Engelstalige uitspraken zijn eveneens verre van zonnig: vanuit ik-perspectief praten ze als in monotone songteksten over angst, haat, wantrouwen en radicaal zichzelf zijn.

De eerste samenwerking tussen Toneelgroep Oostpool uit Arnhem en het Vlaams-Nederlandse dansgezelschap WArd/waRD van Ann Van den Broek levert geen gemakkelijk te verteren voorstelling op: LIstEn & See (LIES) is duister danstheater van de pittige, nietsontziende soort. Vanaf het begin storten de vijf dansers en vier acteurs zich in loops van rennen, vallen, meppen, beuken en uithijgen. Soms stoten ze kreetjes uit. Een enkele gil resoneert in een echo onder het lichtplateau dat dan nog als een baken boven hen hangt.
Al hun onderhuidse woede kanaliseren ze in stotende armen en staccato stampende voeten. Tussendoor houden ze even stil, om geel fluorescerende schoenen te vervangen voor zilvergrijze hakken, of zwarte broeken te wisselen voor een even donkere shorts. Hun ogen zijn ook al zwart omrand.

Het dansidioom van Ann Van den Broek is duidelijk herkenbaar in de samengebalde, synchroon schokkende vuisten, in de strak trillende ledematen en het hardvochtig betasten van mensenvlees.
De theatertaal van Marcus Azzini verraadt zich in het gebroederlijk optrekken van tekst en beweging. Zijn acteurs, onder wie Joep van der Geest en Bram van der Heijden, proberen fysiek niet onder te doen voor het gespierde uithoudingsvermogen van dansers als Cecilia Moisio en Andreas Kuck. Er is keihard getraind, gezien de consequente uitvoering van de uitputtingsslag. De tekstbehandeling is helaas onvoldoende. Alle uitspraken klinken hetzelfde, tonen te weinig persoonlijkheid en worden inwisselbaar. De jonge Hanna van Wieringen schreef eerder vage songteksten dan beklijvende monologen. Een melodische voordracht zou wat lucht geven. En een sprankje hoop. Nu schraap je die met moeite bij elkaar, uit de collectieve kracht en energie. Maar ondanks het lichtkwadrant dat aan het slot fel de zaal in blikkert, resteert een ietwat gekunstelde zwaarte.
Annette Embrechts, de Volkskrant, 3 december 2011

Terug naar boven


Bloedstollende griezelige finale in orgie van ploeterende lijven
We liegen wat af. En dat is, volgens onderzoekers althans, maar goed ook. Want al die leugentjes vormen de smeerolie in het intermenselijke verkeer. Zouden we elkaar continu zeggen waar het op staat, dan heb je gedonder in de glazen. Dat maakt het samenleven met zoveel mensen een stuk lastiger. Jammer alleen dat ons lijf af en toe spelbreker is. Onze lichaamstaal straalt vaak iets anders uit dan onze woorden zeggen. Met dat gegeven spelen regisseur Marcus Azzini (Toneelgroep Oostpool) en choreografe Ann Van den Broek (dansgezelschap Ward/waRD) naar hartelust in de voorstelling LIstEN & See (LIES). Of in gewoon Nederlands: Luister & kijk (leugens).

De voorstelling begint als een soort computerspelletje waarin de vijf dansers en vier acteurs elkaar continu te lijf gaan. Oerkreten begeleiden de woeste bewegingen. Het lijkt ieder voor zich en niemand voor allen. Hier en daar vliegt een kledingstuk uit waardoor de ploeterende lijven in deze orgie van beweging nog meer kracht uitstralen.
Die eerste scène gaat minutenlang door. Totdat de grote lichtbak die boven het hoofd van de spelers hangt naar beneden dondert. Net op tijd spurten ze naar de plek des onheils om grotere ellende te voorkomen. Maar hoe lang blijft die eensgezindheid overeind? Terwijl het zweet van de lijven gutst, leveren dansers en acteurs een zware fysieke inspanningen om die steeds verder zakkende bak (symbool voor de lasten die ieder mens met zich meetorst) tegen te houden. Loopt er een weg, dan krijgt een ander daardoor letterlijk extra druk op de schouders. Liefde, lust, macht, angst, twijfel; je kunt (te) veel thema’s verbinden aan dit broeiende toneelbeeld. Dat komt doordat beide makers graag grossieren in grote, heftige emoties. Die zitten niet alleen in de taal, maar vooral ook in de bewegingen. Rode draad blijft echter de mens die stug doorploetert.

Hier en daar hebben de scènes, voor zover je daarvan kunt spreken, wel wat korter gekund. Toch is het indrukwekkend om te zien hoe deze negen mensen er steeds in slagen om de spanning in de voorstelling terug te krijgen. Wanneer de ramp zich definitief voltrekt, lijkt de groep uiteengevallen. Meteen daarna bloeit de saamhorigheid op en onderwerpt iedereen zich aan het groepsgedrag. Einde voorstelling, denk je. Maar schijn bedriegt. De barstjes van individuele eigenheid worden weer zichtbaar. Daarmee dendert LIstEn & See (LIES) een zinderende slotfase in die eindigt met een groots theatraal beeld. En daarna is het donker. Gedurfd, dit fysieke theater, en bloedstollend griezelig.
Martin Hermens, De Gelderlander, 3 december 2011

Terug naar boven


Nieuw begin
De Vlaamse Ann Van den Broek begint ook opnieuw, want Q61 is de afsluiting van tien jaar roeren in emoties, angsten, lusten en verlangens in hun hevigste uitingsvorm. Zij verwerkte die in extreem fysieke voorstellingen, waaronder het bekroonde Co(te)lette. Van den Broek, ‘leerling’ van Krisztina de Châtel, vergde daarbij het uiterstevan het uithoudingsvermogen van haar dansers. Maar waar bij De Châtel de vorm altijd prioriteit heeft, staat bij Van den Broek het totale structurele concept volledig in dienst van het gevoel. Herhaling dient bij haar om dichter tot de kern van de emotie te komen, die vaak heftig, zwaar en zwartgallig is.
Q61 is daarbij vergeleken van een bijna pastorale rust, zij het dat de dansers zich in een kille, witte ruimte bevinden. Hun keer op keer herhaalde handelingen (aan- en uitkleden, achterover buigen, in een cirkel rondlopen, verlangend reiken) benadrukken de futiliteit van het bestaan, maar dat lijken zij te hebben geaccepteerd, net als het feit dat er geen onderling contact is. Ieder leeft emotioneel in zijn eigen, witte hokje. “It’s a wonderful life, if you can find it”, zingt Nick Cave, maar deze zes dansers hebben het nog niet gevonden.
Het knappe is dat Van den Broek met minimale middelen tot het einde van dit ruim een uur durende werk suspense weet te creëren, die een bijna hypnotiserende uitwerking heeft. Geen vrolijke voorstelling, maar wel een intrigerende.
Francine van der Wiel, NRC Handelsblad, 10 februari 2011

Terug naar boven


Schokkende, beukende en kloppende lijven
Ann Van den Broek exploreerde het werk van de Vlaamse dansmaker Marc Vanrunxt die de beweging in zijn ‘Mijn solo voor Marie’ (1997) tot een verstild ritueel maakt. Ook Van den Broek brengt in ‘Ohm’ haar bewegingstaal terug tot de essentie maar dan accelererend opgevoerd tot een radicale rite voor drie dansers. Weerstand is hier het centrale gegeven (vandaar de titel), vertaald in schokkende, beukende en kloppende lijven. Van den Broek zelf roert als demonische akela de ritmetroom door met haar voet op een geluidsversterkt plateau te bonken - het enerverende uur vol. ‘Ohm’ steekt het origineel naar der kroon. En ook dát is het wezen van een cover - een goede, welteverstaan.
Sander Hiskemuller, Trouw, 29 maart 2010

Terug naar boven


Mannelijk emotioneel onvermogen in We Solo Men
Tot gisteren wilde Julidans, het festival voor internationale hedendaagse dans, niet echt uit de startblokken komen. Bij de opening ontbrak een gepast uitgebreide Nachruf, zoals dat in het Duits heet, voor Pina Bausch, die een dag voor de opening was gestorven. Kennelijk vond men dat niet belangrijk genoeg om het flauwe praatje te vervangen over het momenteel bediscussieerde Thorbecke-principe. Gisteren werd dat verzuim enigszins goedgemaakt door het parallelle dansfilmfestival Cinedans, met twee documentaires over Bausch, en indirect ook door de première van We Solo Men van Ann Van den Broek.
In haar nieuwe werk gebruikt de Vlaamse choreografe, op eigenzinnige en eigentijdse manier, typische Bausch-elementen als herhaling, synchrone gebarensequenties en traversie – twee van de zes mannen zijn in werkelijkheid vrouwen, wat in het geval van de geweldige Cecilia Moisio voor velen nog een hele verassing zou zijn. De zes treden op als een soort boy band; één act voor verschillende persoonlijkheden. Onderling hebben ze niet veel contact, alle aandacht wordt op het publiek gericht met bewegingen die de, meest a-synchrone, gebarentaalvertaling zijn van Nick Caves song More News from Nowhere.

Van den Broek giet een en ander in de minimale choreografische stijl die we intussen van haar kennen, ritmisch, drammerig en dwingend – en dat heeft ze weer geërfd van een andere artistieke voormoeder, Krisztina de Châtel. In solo’s en ensemble worden de voor communicatie bedoelde, maar voor het publiek onbegrijpelijke bewegingen zo lang staccato gerepeteerd dat ze door hun zin- en effectloosheid onwillekeurig een gevoel van deernis beginnen op te wekken. De gang van achter naar voor en vice versa verstrekt nog de indruk van vergeefsheid. Ook in de de door scherpe lichtwisselingen verdeelde choreografie vindt een omslag plaats. Van strak het publiek in turend de aandacht trekken met stoere houdingen verglijdt de tendens naar kwetsbaarder blikken en bewegingen die onzekerheid en onbehaaglijkheid uitdrukken.

Mannen zitten, zo lijkt Van den Broek te zeggen, in een emotioneel onvermogen gevangen. Dat komt verder tot uiting in de beperkte speelruimte die Van den Broek gebruikt voor haar eerste ‘grote-zaalwerk’. De witte dansvloer, onder een rechtlijnig woud van ondersteboven hangende microfoons (ontwerp Niek Kortekaas), neemt misschien een derde in van het totale toneelvlak, maar het staat schitterend in de nieuwe Rabozaal.

We Solo Men is kortom een uitstekend doordacht en uitgewerkt stuk dat de toeschouwer beetpakt en niet meer loslaat. Samen met recente choreografieën Co(te)lette en I SOLO MENT vormt het een sterke trilogie over vrouwen, mannen, hun zelf- en wensbeeld en hun onderlinge verhouding. Julidans mag blij zijn met Van den Broeks weerbarstige kijk op die materie.
Francine van der Wiel, NRC Handelsblad, 6 juli 2009

Terug naar boven


Expressief dansduo levert topprestatie
Bruisende voorstelling over verlangen naar contact

Een voorstelling beginnen met de dood, dat hakt erin. Zeker als die zo krachtig is verbeeld als in I SOLO MENT, de nieuwe choreografie van de onlangs bekroonde choreografe Ann Van den Broek (Zwaan voor de beste dansproductie, Co(te)lette, 2007). Een vrouw wast met smart het lichaam van een overleden man. Ze legt hem af. Maar er is meer aan de hand. Hoe soepel en zacht de wasbeurt ook gaat, ze blijft bij iedere beweging op tien centimeter afstand van het (geklede) lijf. De dode werkt wel mee – hij houdt zelf zijn ballen even opzij, zodat ieder plekje bereikt kan worden – maar echt contact is onmogelijk. De allerlaatste kans tot intimiteit is verkeken. Op band klinkt een song van Nick Cave over verlies.

Een voorstelling beginnen met de dood, dat bergt ook een gevaar. Kom maar eens over deze indringende scène heen. Toch lukt het Van den Broek de spanning uit te bouwen naar een climax: een nog kouder einde. De dode herleeft in herinneringen, hij dribbelt en drumt (mimisch) en bruist van energie en creativiteit tussen vier lichtschermen uit een fotostudio. Maar voor de vrouw blijft hij een onneembare vesting. Zij beweegt trots om hem heen, danst soms met hem mee, volgt hem in zijn creaties, maar krijgt niet wat ze hoopt. Zelfs als ze naar het eind haar naakte lichaam plooit in alle standjes van zijn verlangens – hij houdt zijn armen open – blijft haar blik ver van de zijne.

Wie weet dat het hier om een autobiografisch gegeven gaat van de choreografe en haar aan kanker overleden, mogelijk autistische broer (een fotograaf) leest extra veel in dit expressieve dansduet van twee solistische zielen. Zonder die achtergrond valt er ook veel te interpreteren. Soms gaat de leesbaarheid net te ver, als dans en songteksten elkaar dubbelen. Het niet ingeloste verlangen hoeft niet per se te worden bezongen. Maar danseres Cecilia Moisio levert (net als in Co(te)lette) een topprestatie door krachtig te verlangen, te hopen en te geven, maar nooit te verliezen. En Dario Tortorelli kruipt knap in de huid van iemand die zijn creativiteit niet kan communiceren.
Annette Embrechts, de Volkskrant, 11 november 2008

Terug naar boven


Venijn van kop tot staart
Een klap in het gezicht. Pijnlijk, maar paradoxaal genoeg niet onaangenaam. Dat is in het kort de nieuwste productie van Ann Van den Broek waarin drie fatale vrouwen zich laten leiden door onstuitbare driftgevoelens. Zelden zag ik een dansvoorstelling waarin de performers zo opgaan in de handeling. Ongegeneerd, vol overgave en nadrukkelijk uit op vurige reacties.

Co(te)lette
opent met een provocerende akte waarin meteen de toon gezet wordt. De wulps draaiende achterwerken schreeuwen om aandacht. Er is geen ontkomen aan het heupwiegen en schurken van de dames. De kracht van de herhaling is hier optimaal aanwezig en doeltreffend. Venijnig, zwoel en heetgebakerd zijn de bewegingen en poses in deze eerste scène. Van begin tot eind zal dat zo blijven in deze voorstelling. De intensiteit wordt telkens opgeschroefd zodat een in vele opzichten spannende, erotische, abstracte vertelling ontstaat.

In de elkaar opeenvolgende miniaturen worden letterlijke en figuurlijke naaktheid afgewisseld. Uiteindelijk mondt het sensuele pulseren, wijdbeens schudden en agressieve wegsmijten van slips en bh’s uit in een fascinerende orgiastische trip. Het doet wellicht vulgair aan en kan de suggestie wekken dat Van den Broek uit is op makkelijk scoren. Shockeren als doel op zich.

We zien inderdaad vrouwenvlees dat op uiterst rauwe wijze geëtaleerd wordt. Doelbewust neergezet als emotieloze lustmaterie. De enigszins banaal aandoende titel van de choreografie lijkt dit alles nog extra te bekrachtigen. Toch is er in mijn optiek geen sprake van goedkoop effectbejag. Van den Broek zet blakende, zelfverzekerde vrouwen neer, die inderdaad niet vijandig staan tegenover het feit dat hun lichamen begeerte oproepen. Sterker nog, de gevoelens van lust komen voort uit een innerlijke drang. Dit is wat de vrouwen zélf willen. Ze zijn nieuwsgierig, willen hun grenzen verleggen en ja, seksuele uitspattingen worden daarbij niet geschuwd.

Wat de titel aangaat: die is feitelijk verre van goedkoop en dekt op subtiele wijze de lading. De verwijzing naar het vleselijke aspect is overduidelijk aanwezig, maar tegelijkertijd refereert de titel aan een feministische gevoelswaarde. Geëmancipeerde vrouwen nemen op seksueel gebied tegenwoordig het heft in eigen hand.
Wie de haken en de twee daarin opgesloten letters uit Co(te)lette negeert, ziet de naam opdoemen van een pionier op dit terrein; de beroemde Franse kunstenares en schrijfster — vooral dat laatste — Colette (1873-1954). In haar herkent Van den Broek de vastberaden, vrijgevochten vrouw voor wie een gezonde honger naar seks in alle opzichten bij het leven hoort.
Colette, die er tevens een theatercarrière op nahield, stoeide in haar romans met stereotiepe genderrollen en op het toneel ging ze zich te buiten aan verbeeldingen van seksuele escapades. Ze droomde van een nieuwe sociale en erotische orde, waarbij vrouwen en mannen gelijkwaardig zijn.

Net als Colette, die op het toneel regelmatig haar borsten ontblootte en — voor die tijd ongehoorde — copulatiepantomimes ten beste gaf, laat Van den Broek de danseressen opgaan in een scandaleuze reidans. Expliciet, ongecompliceerd en soms hoogst gênant inderdaad, maar tegelijkertijd ook onbeschrijfelijk esthetisch is de beeldtaal in deze choreografie. Dat wil niet zeggen lieflijk of elegant, want zachtzinnig gaat het er zelden aan toe. In veel opzichten is dit stuk zelfs behoorlijk grof.

Cecilia Moisio, Theodossia Stathi en Judit Ruiz Onandi stampen, smakken en rammen er op los. De wrange zelfkastijdingsscène is wat dat betreft het ‘tragische’ hoogtepunt. De vrouwen slaan zichzelf op mechanische wijze een kreeftenhuid, pijn is niet van hun gezichten af te lezen, maar het is wel een uiterst pijnlijke gewaarwording.
Zelf noemt de Belgische choreografe haar creatie een ‘onrustige, obsessionele, lege schets’. Er wordt geen verhaal verteld, maar enkel een zijnstoestand getoond.

Met haar voorlaatste productie, E19 (richting San José) uit 2006, liet Van den Broek al zien het predikaat ‘veelbelovend talent’ voorgoed ontgroeid te zijn. De vorm en uitwerking van haar jongste creatie zorgen ervoor dat ze definitief gezien kan worden als een gerijpte dansmaker met een volstrekt eigen en unieke stijl.
R. van de Wouw, Het Finacieele Dagblad, 15 december 2007

Terug naar boven


Vrouwbeeld in Co(te)lette is weinig vrolijk
Choreograaf Ann Van den Broek toont unieke eigen stijl

Co(te)lette. Het is de rib (côte) van Adam waaruit volgens de bijbel Eva werd geboren. Het is de eigenzinnge schrijfster Colette. Het is de kattige, maar krolse kat van een vriendin van Ann Van den Broek, de choreograaf van het stuk. En natuurlijk is het ook vlees, kotelet. Zelfs hoofdzakelijk vlees, als je later terugdenkt aan de voorstelling. Schuddend, stotend, pompend, hijgend vrouwenvlees, door drie danseressen ‘gedragen’ – alsof het niet om hun eigen lijf gaat, maar om een lijf dat door krachten van binnen of machten van buiten wordt beheerst. Ze zijn supervrouwelijk gekleed. Maar achter de witte rokjes met splitten, zilveren schoentjes en fijnroze tops, gaat ook een minder zoet vrouwbeeld schuil. De vrouw als lustobject, begerend en begeerd vlees dus. Cecilia Moiso, Judit Ruiz Onandi en Theodossia Stathi doorlopen alle stadia en standjes. Ze weten hoe een gracieus model beweegt en hoe een stoere vrouw staat. Ze ‘rijden’ als hondjes tegen elkaar en de vloer op, of kantelen hun bekken eindeloos in het luchtledige, met z’n drieën op hun knieën, met de kont naar ons toe.

Maar zo onschuldig als het klinkt, is het niet. Het beeld van de vrouw dat Van den Broek schetst, is weinig opwekkend. Een angstige blik, de eigen huid rood slaan of een ander molesteren: het zijn kleine barsten in het porselein.

Wat Co(te)lette diepgaand naargeestig maakt, is de choreografie. Zoals altijd zet Van den Broek verhalende bewegingen op zo’n manier in dat ze onwerkelijk worden. Een verbiedende vinger, een lonkende lach: ze plakt de poses aan elkaar, herhaalt ze tot in den treuren, houdt als overkoepelend concept de vorm van de cirkel aan en zie daar: er ontstaat een minimalistische dans met een vleugje theatraliteit, een stijl die op dit moment in de dans uniek is. In de context van Co(te)lette krijgt het repetetieve karakter een kil-mechanische connotatie. Een hand die verlangend naar voren reikt, verandert in verveeld automatisme. Erotisch bedoelde bewegingen worden lopende bandwerk.
De danseressen zijn tegelijk heel dichtbij en mijlenver weg van hun lichaam. Een markante prestatie en een vreemde gewaarwording: een plus en min die elkaar opheffen in een soort ‘niets’. Het slotbeeld waarin Moiso voor je gevoel uren in haar nakie staat te shaken, alle spieren tot het uiterste ingezet, combineert deze twee toestanden prachtig: is deze vrouw in vervoering of buiten zichzelf, is het koortsige extase of extatische koorts die haar beheerst?
Mirjam van der Linden, de Volkskrant, 27 november 2007


Terug naar boven


De pers over E19 (richting San José)
“Drie rode lijnen waaieren vanuit een middelpunt uit naar drie grote luidspeakers. De minimalistische 'ademchoreografie' die de vijf dansers op deze driesprong overkomt, getuigt van grote choreografische eigenzinnigheid.”
...
“De arme mens is zo druk met inademen, met het zoeken naar impulsen en tegelijkertijd in het gareel lopen, dat hij vergeet uit te ademen. Gevolg: kuchen, kosten, een spasme en uiteindelijk, natuurlijk, de dood. En toch houdt Van den Brooek alle dans strak geordend en gedoseerd. IJzersterk.”
de Volkskrant, 30 oktober 2006

“Humoristisch en schrijnend tegelijk.”
AD/Haagsche Courant, 30 oktober 2006

“Van den Broeks dansers gaan de strijd aan met hun omgeving, een metafoor voor de strijd in zichzelf: in E19 is het de mateloos opgezogen informatiestroom die louter aanzet tot een jakkerend najagen van illusies. Een weerbarstige en tragikomische choreografie op roffelende gitaren en op de eigen ademhaling.”
Trouw, 23 januari 2007

“Een goed gek dansstuk met dwingende bewegingen. Middenin houdt danseres Lie Antonissen een schitterende monoloog, waarin ze de onzinnige hectiek van het moderne bestaan ombuigt tot een schreeuw om stilte en rust."
NRC Handelsblad, 24 januari 2007

Terug naar boven


De pers over FF+Rew 60:00
"De dansers leveren een intense fysieke prestatie, met veel grondwerk dat tegelijk bruusk en gecontroleerd is. Behalve deze energie, zet de choreografe een opmerkelijke beheersing neer van tijd en ruimte. Na deze twintig minuten overheerst één sensatie: zin in meer en zin om de integrale versie van dit stuk te ontdekken in de komende weken."
Le Soir, 1 september 2005 naar aanleiding van de korte versie van FF+Rew op het Festival Bellone Brigittines in Brussel.

Terug naar boven


Choreografie voor een parcours in omgekeerde volgorde
FF+Rew 60:00
van de Belgische choreografe Ann Van Den Broek draagt een technische titel – gelinkt aan analoog luisteren – die aanslaat. De uitgepuurde letterwoorden voor Forward en Rewind, versnelling en vertraging van een magneetband of een CD. Daar zit ook precies de dualiteit van deze dansvoorstelling: de choreografie verhoogt in toerental en getuigt van een enorme technische complexiteit. Ze begint vanuit een splinter, een scherf die in het rond vliegt en die een reeks bewegingen uitlokt die gaandeweg worden uitgestrekt, gefragmenteerd in een continue, gejaagde vervorming. De jonge Antwerpse choreografe stelt de verhouding tussen muziek en dans opnieuw in vraag in een omgekeerd parcours: de muziek van Arne Van Dongen kruist de bewegingen van de 5 danseressen. Frauke Mariën, Lie Antonissen, Estelle Delcambre, Judith Ruiz en Dafne Maes hebben deze hybride vorm subliem belichaamd zonder in clichés of herkenbare codes te vervallen. Een hedendaagse ervaring waar de dans een bekende houding zou aannemen, maar waar toch niet dezelfde taal wordt gesproken. De danseressen, echte atletes in de uitvoering, lijken geïnspireerd door de complexiteit van de mens, en ook door zijn/haar gebreken en vluchtige rustmomenten. Deze voorstelling werd warm onthaald op het vorige festival Les Brigittines in Brussel, in het Centrum voor hedendaagse Bewegings- en Stemkunst. De semi-industriële staccato’s van de contrabas en het precisiewerk van de danseressen hebben, ondanks de grote hitte in de zaal, menig toeschouwer uit het lood geslagen. Tegelijkertijd werd ook ruimte gelaten voor een zeer gevoelige interpretatie. Een meer dan veelbelovende voorstelling."
La Tribune Le Progrés, 11 juli 2006

Terug naar boven


Gastvrouw en drankorgel
De Belgische Ann Van den Broek doet in de voorstelling Rest Room een boekje open over hoe we onze angsten en onzekerheden naar buiten toe kunnen maskeren. Ze danst en speelt in een sexy zwarte japon gehulde chique gastvrouw, die in haar badkamer de laatste hand legt aan haar uiterlijk. Ze checkt make-up en haar, trekt haar buik nog eens in, kijkt of haar profiel er mee door kan. Ze oefent tal van begroetingsrituelen, van droog handen schudden en het geven van party kusjes tot het verleidelijk omarmen van de gasten. Ogenschijnlijk is deze charmante gastvrouw de situatie geheel en al meester, warehet niet dat haar onzekere alter-ego, in de persoon van danseres Einat Tuchman, de zaak komt bederven. Die toont juist alles wat de angstige controlfreak wil verhullen. Ze zuipt uit een heupflacon, sliert over de grond en werpt zich tegen haar fier rondlopende tegenspeelster aan. Ze jankt, giert en brult het uit en duikt tot slot met haar hoofd in de wc-pot. Tenslotte wordt de vrouw door haar bedolven, en moet ze toegeven aan wie ze werkelijk is.

Het is verrassend om te zien hoe hedendaagse makers teruggrijpen naar een psychologisch onderwerp dat in de Amerikaanse dans van dejaren vijftig het summum van modernisme was. Van den Broek pakt het thema evenwel fris op en werkt het compact uit. Mooi messcherp zijn de repetitieve bewegingen waarmee ze haar uiterlijk controleert en lekker liederlijk is het spel van tegenspeelster Tuchman. De rollen zijn even helder tegenover elkaar geplaatst als de zwarte en witte tegeltjes op het speelvlak. De puntige dans van Van den Broek en het ronde spel van Tuchman vallen dwingend samen in een even serieus als geestig duet dat met driekwartier ook lang genoeg duurt.
Isabella Lanz, NRC Handelsblad, 1 december 2003

Terug naar boven


De Pers over Quartet with One
“Van de nieuwkomers viel vooral Quartet with One op, van de Belgische Ann Van den Broek. Haar speelse kwartet zit vol tegenstellingen die ze subtiel combineert, door juist verschillen te accentueren: zij is een temperamentvolle, aardse danseres, Sophie Janssens daarentegen een lyrische en lichtvoetige danseres. Dit glasheldere duet is ook nog eens knap verweven met een live dialoog tussen drums en piano. Jazzdrummer Yvon Plouffe en klassiek pianist Rex Lobo creëren een samenspel van elkaar in wezen vreemde klanken en krachten. In dit muziek- en dansuniversum stoten de tegenpolen elkaar niet af, maar trekken ze elkaar juist krachtig aan.”
NRC Handelsblad, 23 november 2002

“Het sympathieke en helder uitgewerkte Quartet with One laat zelfs schijneenheid varen. Ann Van den Broek toont de onoverbrugbare verschillen tussen haar en haar studievriendin Sophie Janssens, waarbij een vleugel en een drumstel dit thema muzikaal verdubbelen. De één danst robuust en energiek, de ander zacht en gevoelig. Dat blijkt zelfs uit de kusjes die ze elkaar toewerpen.”
de Volkskrant, 23 november 2002

“Wat er in Quartet with One met die kusgebaren gebeurt, is iets heel anders dan een uitgebeeld verhaaltje. Choreografe Ann Van den Broek gebruikt de luchtkusjes als aanzet voor een grondig uitgewerkte abstract danscompositie. (...) De heldere bewegingen en de persoonlijke uitstraling van de danseressen overheersen in het gevoel waarmee je deze voorstelling verlaat.”
Leids Dagblad, november 2003

“Een zeer mooi, krachtig, sensueel, origineel stuk, dat beelden en geluidstrillingen achterlaat nog lang na het einde van de voorstelling. Een jonge, subtiele choreografe om te blijven volgen.”
La Presse Montréal, 8 december 2002

Terug naar boven


De pers over FF+Rew
“Ambachtelijkheid, gedrevenheid en overtuigingskracht zijn wel te vinden bij Ann Van den Broek, die al jaren een gezichtsbepalende danseres was van het gezelschap. Waar het in bijvoorbeeld Annexe (2001) nog twijfelachtig was of ze onder De Châtel's signatuur zou uitkomen, bewijst FF+Rew dat deze Belgische ook zelf iets te melden heeft. (...) Wat de val precies veroorzaakt, ouderdom, verloren liefde of zelfs verkrachting, het doet er niet toe. Uitputting, verwarring, onrust, boosheid: die gevoelens sijpelen door, strak en onderkoeld. En dat is sterk genoeg.”
de Volkskrant, 28 oktober 2002

“Terwijl de beweging wordt teruggespoeld, gaat de loeiende muziek van Arne van Dongen fast forward. Verstrikt tussen terug en vooruit ondergaan de vijf vrouwen soms krampachtig stuiptrekkend de onomkeerbaarheid van hun situatie. Knap aan deze choreografie is de opbouw in de afbouw, maar ook de verhouding tussen solo's en ensemble. Elk van de vijf 'gevallen' brengt een andere persoonlijkheid in en daarmee psychologische gelaagdheid.”
Trouw, 29 oktober 2002

“Op het laatst staan de vrouwen met hun gezicht naar het publiek. Een enkel hoofdknikje of het heffen van een hand leiden de genadeloze klap naar het niets in. Die dan ook onafwendbaar de toeschouwers recht in gezicht en hart treft.”
Brabants Dagblad, 26 oktober 2002

“Voor Van den Broek, die haar stuk baseerde op het krijgen van een emotionele klap, is emotie fysiek. Dat voel je als de bal in je maag zich verhardt als de dansers als het ware iets door hun strot krijgen geduwd. Aangrijpend. Ongelofelijk hoe dit stuk langzaam bezit van je neemt.”
Rotterdams Dagblad, 18 december 2002

“Het is verrassend hoeveel karakter deze nog jonge choreografe aan de dag legt. (...) Dit is kwetsbaarheid: een klein tikje zou ze al vernietigen, maar de harde klap die hen getroffen heeft staat in je geheugen gegrift.”
Leids Dagblad, 30 november 2002

“Veel spannender is Ann Van den Broeks FF+Rew. Bij haar gaan simpele bewegingen als ja of nee schudden een eigen leven leiden. Met tegenstellingen brengt ze dynamiek aan. De climax aan het eind is tegelijkertijd de anticlimax. Terwijl de muziek dwingender, rustelozer en luider wordt, verstillen de bewegingen in een minimale hoofdknik.”
Dagblad van het Noorden, 29 november 2002

Terug naar boven


De pers over Annexe
“De solo van Ann Van den Broek springt eruit door het persoonlijk engagement van de maker en vooral de eigen theaterpersoonlijkheid. (...) Van den Broek is daarentegen een stuk introverter, terwijl haar dans enorm explosief en emotioneel is. Samengebalde energie escaleert op momenten waarop zij als een wervelende tornado tekeer gaat.”
Haagse Courant, 6 april 2001

Terug naar boven