Menselijke gedragspatronen, gemoedstoestanden en indrukken die ontstaan in confrontatie met mijn verschillende levensomgevingen vormen mijn belangrijkste inspiratiebronnen. Bij elk nieuw creatieproces kijk ik bij mezelf naar binnen en probeer ik de emoties en gedragspatronen waar ik door gefascineerd ben te begrijpen. Daarna kijk ik om me heen en haal ik informatie uit wat ik in andermans leven zie gebeuren.

Verder haal ik mijn inspiratie ook uit de hedendaagse maatschappij: een tijdsbeeld, een recent fenomeen of een universeel motief. Zo is mijn werk deels ook een kritische reactie of een rebelleren tegen datgene dat nooit in vraag wordt gesteld, wordt genegeerd of zonder meer als de norm wordt beschouwd. Ik voel de drang om conformering tegen te gaan. Dit wil niet zeggen dat er een duidelijke politieke, sociale of ideologische boodschap in mijn werk terug te vinden is. Ik heb nooit de intentie om schreeuwerig een statement te maken. Het zal dienen als een indirecte ondertoon in mijn werk.

Deze gedragspatronen, indrukken, tijdsbeelden en fenomenen uit mijn levensomgeving liggen aan de basis van het kernconcept van elke nieuwe voorstelling en worden steeds gekoppeld aan een aantal algemeen onderliggende thema’s die karakteristiek zijn voor mijn werk; onrust, strijd, weerstand, dwangmatigheid/controle, fanatisme, nihilisme en activiteit/passiviteit.

Het alledaagse handelen wordt in een nieuwe context geplaatst; die van beweging en dans. Het omzetten van het gekozen kernconcept naar bewegingstaal gebeurt via verdieping en verbreding. Dit proces kan beschouwd worden als een klinische analyse.

Na een algehele research, leg ik het kernconcept vervolgens onder een microscoop en ontleedt er alle aspecten en varianten van. Daardoor zijn mijn uiteindelijke choreografieën steevast minutieus, bijna mathematisch samengestelde structuren zijn die vertrekken vanuit een diepgaande analyse van het bewegende lichaam.
Daarnaast is er ook wat ik de caleidoscoop noem: een concentrische aanpak van beperkt bewegingsmateriaal dat resulteert in oneindig veel variaties op hetzelfde thema.

Mijn repetitieproces is steeds een onderzoek binnen mijn zelf gecreŽerd choreografisch laboratorium. In mijn uiteindelijke voorstelling blijft deze onderzoekende aard voelbaar. Het basisgegeven wordt vanuit verschillende perspectieven benaderd en geanalyseerd. In mijn bewegingsvocabulaire wordt vaak eenzelfde beweging op verschillende manieren herhaalt totdat de juiste, meest afgepelde en pure vorm gevonden wordt. Het uiteindelijke doel van mijn onderzoek is telkens door te dringen tot de essentie van de beweging; ze zijn doelgericht en nooit louter illustratief.
Door deze manier van werken ontstaat er binnen mijn bewegingsvocabularium een spanningsvol conflict tussen het irrationele en het rationele, de intuïtieve expressie en de gecontroleerde, uitgepuurde bewegingen. Het resultaat is gecontroleerde expressie.

De gecontroleerde bewegingen dienen als een rationeel omlijsten van datgene aan de basis van deze beweging; namelijk het oncontroleerbare menselijke verlangen om innerlijke drijfveren, gevoelens en frustraties spontaan te ventileren. De intuïtieve of instinctieve drang tot het stellen van een bepaald gedrag wordt choreografisch gerationaliseerd. Dit conflict is steeds voelbaar in mijn bewegingen via diverse opposities: blootstellen/afstand, toelaten/terughouden, controleren/loslaten, geven/niet-geven...

Dit rationele of (over) analytische aspect van mijn werk kenmerkt verder de manier waarop ik mijn bewegingsmateriaal koppel aan/inpas in een strenge choreografische structuur en de daarmee gepaard gaande plaatsing in de ruimte. Deze choreografische structuur vormt een algemeen rationeel en controlerend kader waarbinnen het oncontroleerbare schuilgaat. Men kan het vergelijken met de manier waarop we in ons dagelijks leven telkens weer trachten onze gevoelens in de hand te houden in de openbare ruimte.

Mijn dansers worden uitgedaagd; zowel fysieke als mentale grenzen worden opgezocht en telkens weer onophoudelijk verlegd. De geloofwaardigheid van een beweging zit besloten in de beslissing die moet worden genomen om een beweging te maken. Ik wil dat de danser een beweging uitvoert omdat de noodzaak er op dat moment is om die beweging te maken.
Er moet een motivatie zitten achter wat dansers doen. Het kost veel tijd om dansers in je manier van denken en bewegen te laten groeien. De dansers worden getraind om vanuit hun eigen onbegrensde verbeeldingskracht en oprecht geloof in de innerlijke drijfveren mijn bewegingstaal te incorporeren en vervolgens op scŤne te zetten, een methode die sterk aanleunt bij de “method-acting” van Stanislavski. Ik wil hierin de nadruk niet zozeer leggen op de technische kwaliteiten van mijn dansers, maar laat hen mensen van vlees en bloed zijn die het publiek direct benaderen.

Ik ontdoe de danser van zijn “aura” en “ongrijpbaarheid” op scène; de dansers zijn kwetsbaar, zonder dat ze medelijden opwekken. Deze “menselijkheid” maakt mijn werk vaak confronterend en tegelijkertijd enigszins herkenbaar voor het publiek. De toeschouwer wordt vanuit zijn stoel gedwongen om afstand te doen van zijn eigen oppervlakkigheid of positie als kijker. Ik wil hem aanzetten om een confrontatie aan te gaan met zijn onderbewuste frustraties en verlangens. Ik streef naar een rechtstreekse communicatie met mijn publiek.

Ruimtelijke openheid en functioneel decor
Mijn benadering van de ruimte blijft steeds sober, zonder veel decorelementen en wordt gekenmerkt door een “ruimtelijke openheid”. Ik heb inmiddels de balans gevonden tussen het bewegende expressieve lichaam en de abstracte decorelementen die het omringen. Binnen mijn functionele setting bepalen mijn bewegingspatronen de sfeer en suggereren ze dat de bewegingen zich afspelen in een meer concrete omgeving.

Het leven gaat voor mij verder dan het waarneembare, verder dan het beeldende. Het wordt mee bepaald door een onderliggend ritme en gekenmerkt door energetische pieken en dalen. Dit vertaalt zich niet enkel in de ritmiek van mijn bewegingen, maar ook in de manier waarop ik met muziek werk. Muziek en sound zijn een integraal deel van het groeiproces van de choreografie.

Via mijn werk en kenmerkende bewegingstaal wil ik mensen raken, ze aanzetten tot nadenken. Ik laat ruimte voor twijfel en interpretatie bij de toeschouwer, maar ook bij mezelf.

Zelf beïnvloed door verscheidene stijlen en media, maak ik mijn eigen mix van emotie en analyse. Rauw, analytisch, expressief, vormelijk, filmisch, temperamentvol, gedetailleerd, realistisch: een eigen product van deze tijd.